Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/5.2.1.3
5.2.1.3 Het benaderen van volgverzekeraars
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183513:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dat is niet het geval als het risico voor 100% bij één verzekeringsmaatschappij wordt ondergebracht. Alsdan is er ook geen sprake van een leider en volger structuur.
Baarsma e.a. 2008, p. 21.
Baarsma e.a. 2008, p. 16 en EY 2014, p. 124, rn. 357.
EY 2014, p. 124, rn. 357.
Vgl. COM(2007) final, commission staff working document SEC (2007) 1231, p. 25-26.
EY 2014, p. 128, rn. 365. Zie ook: COM (2007) 556 def, rn. 14 en BISI 2007 staff working document, p. 26 en p. 36.
Europe Economics 2016a, p. 85.
Baarsma e.a. 2008, p. 21.
Europe Economics 2016a, p. 85.
EY 2014, p. 123, rn. 355.
Baarsma e.a. 2008, p. 21; EY 2014, p. 123-124, rn. 356.
BISI 2007 staff working document, p. 31.
Het aantal respondenten was 243. Optie A werd 156 keer gekozen. Optie B, 29, en optie C 58 keer.
Ik teken hierbij aan dat naar het sluiten van een ‘Bipar’ polis ook werd gerefereerd door de respondent waarvan ik een citaat opnam in par. 5.2.1.1. Ik kom op de ‘Bipar’ zelfregulering terug in par. 5.3.
EY 2014, p. 123 rn. 355.
EY 2014, p. 128 rn. 365.
Vgl. het citaat dat is opgenomen onder par. 5.2.1.1 van dit boek.
Dit is een abstracte aanname die ceteris paribus wordt gedaan en uiteraard afhankelijk is van marktontwikkelingen.
Een verzekeringspolis zou – theoretisch gezien – al vol kunnen worden getekend door de verschillende offertes naast elkaar te leggen en daar 100% van te maken (tegen een met de verzekeraars uit onderhandelde prijs). Lukt dat niet, dan zal een makelaar aanvullende verzekeringscapaciteit moeten zoeken.1 Hij kan daarvoor een tweede ‘tender’ uitschrijven. Het aandeel en de voorwaarden van de leider liggen dan dus al vast. Het komt erop neer dat de makelaar na een goede marktverkenning en in overleg met de klant ‘de rest’ van de markt benadert.2
De rest van de markt kan worden verdeeld in de volgende groepen: (a) de verzekeraars die zijn afgevallen in de eerste selectieronde voor de leidende verzekeraar, (b) de (leidende) verzekeraars die niet hebben deelgenomen in de eerste selectieronde maar daar wel voor in aanmerking hadden kunnen komen en (c) de volgende verzekeraars die niet de kennis in huis hebben om als leidende verzekeraar op te treden.3 De groep van (potentiële) volgende verzekeraars is (dus) groter dan de groep van verzekeraars die meedongen naar de positie van leider.
Voor de hand ligt dat de makelaar in eerste instantie groep (a), de in de selectieronde voor leidende verzekeraar afgevallen verzekeraars, zal benaderen om alsnog mee te tekenen.4 Dat kan inhouden dat die verzekeraars bereid moeten zijn om akkoord te gaan met het bod van de leider. Zij zouden dan hun oorspronkelijke bod (wellicht nog verder) naar beneden bij dienen te stellen. Komt de makelaar hierna nog steeds verzekeringscapaciteit tekort dan kan hij genoodzaakt zijn om de verzekeraars in de categorieën (b) en/of (c) te benaderen. Deze verzekeraars zien het risico in principe dus voor het eerst. Verschillende scenario’s kunnen zich dan voordoen.5 In de eerste plaats kan het voorkomen dat de volgverzekeraars akkoord gaan met het bod van de leidende verzekeraar en op diens offerte inschrijven/mee tekenen. Alsdan wordt er met de volgers niet meer afzonderlijk onderhandeld. Maar het kan ook zijn dat een makelaar wel met volgverzekeraars afzonderlijk onderhandelt en de volgverzekeraars inschrijven op basis van een zelfstandige premie (en/of andere voorwaarden). Beide mogelijkheden bespreek ik hieronder.
1. Volgverzekeraars tekenen in coassurantie op basis van de offerte (premie) van een leidende verzekeraar
Uit het onderzoek van EY blijkt dat in de praktijk de premie van de leider door de volgers wordt gevolgd.6 De volgers ontvangen dan (pro rata; evenredig met hun aandeel in het risico) dezelfde premie als de leider.7 Dit is in lijn met eerder onderzoek dat is uitgevoerd door SEO naar de Nederlandse coassurantiemarkt. Daarin wordt geconcludeerd dat:
‘In essence, the current market practice is for the broker to present the contract agreed between the customer and the leader to the followers, and for the followers to either accept or decline to take a share of the risk on the same terms and conditions (including price) as the leader.’8
Tot dezelfde bevinding komt Europe Economics in haar onderzoek naar samenwerkingsvormen op de coassurantiemarkt dat is uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie:
‘Most frequently, the premium charged is uniform across all participating insurers. Such an outcome is mainly due to the costs and expertise limitations implied in case followers, particularly small underwriters, had to calculate the premiums themselves.’9
Uit bovenstaande onderzoeken blijkt (dus) dat de volgers wordt gevraagd om het risico te accepteren tegen dezelfde premie en voorwaarden als die zijn bedongen met een leidende verzekeraar.10 Zoals gezegd, kan dit betekenen dat verzekeraars die betrokken waren in de selectieronde voor de positie van leider hun oorspronkelijke bod naar beneden dienen bij te stellen. De volgers zullen in ieder geval op de hoogte moeten worden gesteld van de risico-inschatting die gemaakt is door een leider, en van zijn prijs.11 Deze praktijk wordt door de Europese Commissie aangeduid als ‘harmonization of premiums.’12 Ik duid hierna deze praktijk waarbij de verzekeraars in coassurantie dezelfde (weliswaar evenredig met hun aandeel in het desbetreffende risico) premie ontvangen aan als ‘premieharmonisatie’.
Behalve het onderzoek van SEO zien bovenstaande onderzoeken echter niet specifiek op de Nederlandse coassurantiemarkt. Gelet op het feit dat het onderzoek van SEO dateert uit 2008 heb ik in het praktijkonderzoek dit aspect van premieharmonisatie tussen de leidende verzekeraar en de volgende verzekeraars bij coassurantie bevraagd. De vraag daarover luidde als volgt:
Op welke manier benadert de makelaar de volgers om mee te tekenen?
De makelaar nodigt de volgverzekeraars uit om mee te tekenen tegen dezelfde premie en voorwaarden als bedongen met de leider. Hij gaat niet meer afzonderlijk onderhandelen met de volgers.
De makelaar nodigt de volgverzekeraars uit om mee te tekenen en hij onderhandelt met hen afzonderlijk over de premie en de voorwaarden waartegen zij het risico wensen te verzekeren.
Anders, namelijk
In figuur 5.1 zijn de resultaten weergegeven.
Figuur 5.1
Zoals figuur 5.1 illustreert, werd optie A het meest gekozen.13 Dat betekent dat in de praktijk in het merendeel van de gevallen een makelaar de volgverzekeraars zal benaderen om mee te tekenen op basis van dezelfde premie en voorwaarden als bedongen met de leidende verzekeraar. Hij treedt dus niet meer afzonderlijk met hen in onderhandeling. Deze bevinding ondersteunt dus de eerder gepresenteerde onderzoeksresultaten van EY, SEO en Europe Economics. Opmerkelijk is dat 24% van de respondenten heeft gekozen voor optie C, “de situatie in de praktijk is anders”. De door hen daarbij gegeven toelichting kwam evenwel op hetzelfde neer: aangegeven werd dat in de praktijk de onder A en B genoemde situaties vaak een mix of combinatie zullen zijn. Optie A zou dan als uitgangspunt worden gehanteerd maar als het op die basis niet mogelijk blijkt te zijn het risico vol te tekenen (wat bijvoorbeeld het geval kan zijn bij capaciteitsproblemen) wordt juist uitgeweken naar optie B. De situatie genoemd onder B werd door de respondenten aangeduid als een ‘Bipar-polis’.14 Een makelaar, die heeft gekozen voor optie C, geeft het als volgt weer:
'Feitelijkeenmixvandetweebovenstaandeopties[AenB,GTB].Demakelaarbenadertdiverseverzekeraarsdiealleneenoffertedoen.Opbasisvandeontvangenofferteskiestdemakelaareenleidendeverzekeraarenprobeertopbasisvandeoffertevandeleidendeverzekeraartot100%dekkingtekomen.Veelalluktditopbasis[van,GTB]onderhandelenmetdeoverigeverzekeraarsdieeenoffertehebbengedaan.Lukthetnietomopbasisvandeoffertevandeleidertot100%dekkingtekomendankandemakelaarnogmeerderevolgverzekeraarsbenaderen.Lukthetdannogniettot100%dekkingtekomendanwordtereenzgn.Biparpolisgesloten.’
Ook verzekeraars gaven aan dat:
'Uitgangspuntisdeuitnodigingommeetetekenentegendezelfdepremieenvoorwaarden.MochternietvoldoendecapaciteitbeschikbaarzijndanwordterookBipargesloten,dusmetbijvoorbeeldeenhogerepremievoorenkelevolgverzekeraars.’
“Meestalwordthetvoorstelvandebovenstaandeookvoorgelegdaandevolgverzekeraars,maaralserweinigcapaciteitisvoorhetrisicokanhetzijndatdemakelaarookdientteonderhandelenoverpremieenconditiesmetdevolgverzekeraars”
Volgens deze respondenten is dus de basis bij de verzekering in coassurantie om op basis van de offerte van de leider tot 100% dekking te komen. Ook andere respondenten waren deze mening toegedaan. De procedure komt er dan op neer dat wordt onderhandeld met de overige verzekeraars die een offerte hebben ingediend (maar niet als leider zijn gekozen). Dit is de groep van verzekeraars die wel in aanmerking kwamen voor de positie van leider maar die positie uiteindelijk niet hebben gekregen. Met deze groep kan de makelaar onderhandelen over de premie waartegen zij het risico willen verzekeren. Naar de mening van de respondent wordt het sluiten van een ‘Bipar’ polis – waarbij iedere verzekeraar zijn eigen premie ontvangt – gereserveerd voor de situatie waarin het een makelaar niet lukt om volledige dekking te verkrijgen op basis van de offerte van de leider. Daarbij kan het dus wel zo zijn dat volgverzekeraars een hogere premie ontvangen dan het geval is bij tekenen tegen uniforme premie en voorwaarden.
Hoe wordt de premie bepaald in het onderhandelingsproces bij coassurantie?
Een vervolgvraag die in het praktijkonderzoek werd gesteld en die op deze plaats goed is om te vermelden, is welke partij nu eigenlijk de premie bepaalt in het onderhandelingsproces bij coassurantie. Zoals ik hierboven constateerde, kan de premie die een leidende verzekeraar ontvangt richtinggevend zijn voor de premie die de volgverzekeraars ontvangen. Relevant is daarom de vraag hoe de premie tussen de makelaar en de leidende verzekeraar wordt bepaald. Er zijn wat dat betreft verschillende mogelijkheden. Zo zou de makelaar of de leidende verzekeraar de premie kunnen bepalen of wordt deze gezamenlijk vastgesteld door onderhandelingen. Alsdan kan de vraag worden gesteld of een makelaar of een leidende verzekeraar het eerste premievoorstel doet. Bovenstaande mogelijkheden zijn in het praktijkonderzoek op de volgende wijze voorgelegd:
Wie bepaalt bij het verzekeren in coassurantie de premie?
De makelaar bepaalt de (maximale) premie
De leidende verzekeraar bepaalt de premie
De premie wordt bepaald door middel van onderhandelen: de makelaar doet het eerste premievoorstel, de leidende verzekeraar(s) reageert/reageren daar weer op
De premie wordt bepaald door middel van onderhandelen: de leidende verzekeraar(s) doen het eerste premievoorstel, de makelaar reageert daar weer op
Anders namelijk
Figuur 5.2
Figuur 5.2 geeft een overzicht van de gegeven antwoorden.
Uit de figuur blijkt dat de opties C en D het meest werden gekozen. In die antwoordmogelijkheden stond het onderhandelen tussen een makelaar en verzekeraars centraal. Dit lijkt een logisch te verwachten resultaat omdat coassurantie immers een context is waarbij gebruikelijk is dat wordt onderhandeld over het te verzekeren risico. Van de respondenten die deze vraag hebben beantwoord, geeft de meerderheid (114 respondenten) aan dat de leidende verzekeraar een eerste premievoorstel doet, waarop de makelaar dan reageert. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat in de praktijk een makelaar in eerste instantie de verzekeraars zal uitnodigen om een inschrijving te doen die voor de makelaar het vertrekpunt is om verder te gaan onderhandelen. De vraag die opkomt, is of samenhang bestaat tussen de gekozen optie en de organisatie waar een respondent werkzaam is (makelaar of verzekeraar). Het blijkt echter niet zo te zijn dat respondenten die bij een verzekeraar werken eerder geneigd zijn om te kiezen voor optie D (en omgekeerd: makelaars voor optie C). Ten opzichte van de opties A (7 keer) en B (23 keer) werd optie E (met 33 keer) relatief vaak gekozen. Uit de toelichting die door deze respondenten werd gegeven blijkt dat zij menen dat optie C en D elkaar niet uitsluiten maar allebei kunnen voorkomen bij de verzekering in coassurantie. Met andere woorden: bij de onderhandelingen over de premie kunnen, afhankelijk van de specifieke situatie, zowel de makelaar als de leidende verzekeraar een eerste (premie)voorstel doen.
2. Met volgverzekeraars vinden afzonderlijke onderhandelingen plaats
De tweede mogelijkheid die zich kan voordoen bij het benaderen van de volgverzekeraars door een makelaar is dat er met hen afzonderlijk wordt onderhandeld. Zoals figuur 5.2 liet zien, komt deze situatie bij de verzekering in coassurantie óók voor. Hoewel de voorwaarden waartegen de volgers tekenen in het algemeen hetzelfde zijn voor de leider en de volgers, hoeft dat niet noodzakelijkerwijs het geval te zijn voor de premie.15 In principe staat het de volgverzekeraars immers vrij om een eigen premie te bedingen die verschillend is van die van de leider.16 Of volgverzekeraars die ruimte krijgen zal (in ieder geval) afhangen van de concurrentie die in een concreet geval bestaat voor de positie van leider alsmede de (concurrentie)druk die de makelaar op volgverzekeraars kan en zal uitoefenen. Uit het praktijkonderzoek blijkt dat een makelaar in de situatie dat het hem niet gelukt is om het risico volledig te verzekeren op basis van de offerte van de leider, hij volgverzekeraars kan benaderen om tegen een zelfstandige premie mee te tekenen. Voorstelbaar is dat dit zich (eerder) voordoet in een ‘hardere’ markt die wordt gekenmerkt door een tekort aan verzekeringscapaciteit.17 In een dergelijke marktsituatie waarin er kort gezegd meer vraag is naar verzekeringen dan beschikbare capaciteit zullen de prijzen (premies) hoger liggen dan in een ‘soft market’ waarin het aanbod groter is dan de vraag naar verzekeringsdiensten.18 Wanneer een makelaar volgverzekeraars vraagt om zelfstandig een offerte uit te brengen en mee te tekenen op basis van een eigen premie kan hij op basis daarvan afzonderlijke onderhandelingen voeren. Dit heeft als resultaat dat iedere verzekeraar een premie ontvangt waarover hij afzonderlijk met de makelaar heeft onderhandeld. Door de respondenten in het praktijkonderzoek, als hiervoor al gememoreerd, wordt dit aangeduid als het sluiten van een ‘Bipar-polis’.