De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.5.5:6.5.5 Examinering en beoordeling
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.5.5
6.5.5 Examinering en beoordeling
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949340:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 7.12c van de Whw.
Artikel 7.12 van de Whw.
CBHO 31 oktober 2014, 2014/117, CBHO 28 april 2016, 2015/307 en 2015/308, CBHO 12 september 2016, 2016/012 en CBHO 19 juli 2018, 2018/068.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De taak om het tentamen af te nemen en de uitslag vast te stellen is in het hoger onderwijs opgedragen aan de examinator.1 De examinator is doorgaans degene die het onderwijs in het betreffende vak heeft gegeven. Om als examinator op te mogen treden moet de leraar hiertoe worden aangewezen door de examencommissie. Zoals toegelicht in § 4.8.3 is de examencommissie het orgaan dat op objectieve en deskundige wijze vaststelt of een student voldoet aan de voorwaarden die de onderwijs- en examenregeling stelt ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad.2 Hoewel de examencommissie de bevoegdheid heeft de examinator aan te wijzen, heeft de examencommissie niet de bevoegdheid zelf het tentamen te beoordelen. Uit de jurisprudentie blijkt, zoals toegelicht in § 4.8.3, immers dat uit de wet voortvloeit dat deze bevoegdheid exclusief toekomt aan de examinator.3 De examencommissie kan de beoordeling van de examinator dan ook niet wijzigen.
Uit het voorgaande blijkt dat uit de wet voortvloeit dat de examinator, zijnde vaak de leraar, exclusief bevoegd is om het tentamen zelfstandig af te nemen en te beoordelen. Deze zelfstandige positie van de leraar wordt verklaard door de academische vrijheid die aan hem toekomt. Zoals uitgebreider toegelicht in § 3.6 houdt dit in dat hij, aan de hand van zijn wetenschappelijke opvattingen, de inhoud van het onderwijs kan bepalen. Hieronder valt ook het opstellen, afnemen en beoordelen van de tentamens waarmee dit onderwijs wordt afgesloten. De academische vrijheid is evenwel niet onbegrensd. De leraar dient zich onder meer te houden aan de kaders die zijn opgenomen in de onderwijs- en examenregeling. Binnen die kaders heeft hij evenwel de vrijheid om op zelf te bepalen wijze de tentamens af te nemen en te beoordelen.