Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.5.2.1:10.5.2.1 Erkenning
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.5.2.1
10.5.2.1 Erkenning
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582396:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 26 januari 1996, NJ 1997, 258 m.nt. ThMdB (afgewezen echtscheidingsvordering). Zie Strikwerda 2005, nr. 270.
Zie voor een heldere en bondige bespreking van deze eisen Strikwerda 2005, nr. 270.
Strikwerda 2005, nr. 270.
Strikwerda 2005, nr. 270.
Dat neemt niet weg dat, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, aan een vreemd vonnis wel bewijskracht kan worden verleend. Zie Strikwerda 2005, nr. 270.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Nederlandse rechter is volgens het commune recht in beginsel vrij in elke individuele zaak te beoordelen of en in hoeverre gezag aan een vreemd vonnis dient te worden toegekend.1 Een vreemd vonnis wordt in het algemeen erkend ingeval aan drie minimumvereisten is voldaan.2
In de eerste plaats dient de buitenlandse rechter bevoegd te zijn geweest om van de zaak kennis te nemen. De vreemde rechter dient zijn rechtsmacht te hebben aangenomen op een internationaal algemeen aanvaarde grond (het Nederlands internationaal bevoegdheidsrecht of het internationaal bevoegdheidsrecht van de vreemde rechter speelt dus geen rol bij deze toets).3
In de tweede plaats dient het vreemde vonnis tot stand te zijn gekomen na een behoorlijke rechtspleging (waarbij het eigen recht dienst doet als maatstaf).
In de derde plaats mag het buitenlands vonnis niet in strijd zijn met de openbare orde. Strikwerda wijst daarbij op het feit dat de openbare orde slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden ingezet tegen de erkenning van een vreemd vonnis.4
Indien niet aan deze drie cumulatieve eisen wordt voldaan, wordt het vreemde vonnis niet erkend.5