Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/3.3.1:3.3.1 ‘Criminal charge’
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/3.3.1
3.3.1 ‘Criminal charge’
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS489442:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 6 EVRM beoogt eenieder die wordt vervolgd te verzekeren dat zijn zaak wordt beoordeeld en beslist door een gerecht. Voor het toepassingsbereik van het recht op een behoorlijk strafproces is vooral – maar niet uitsluitend – van belang dat het EHRM het in art. 6 vastgelegde criminal charge-begrip autonoom uitlegt, dat wil zeggen los van de nationale rechtsorden van de verdragsstaten. Als gevolg daarvan is het recht op een behoorlijk strafproces in art. 6 meermaals toepasselijk verklaard op procedures die binnen de nationale rechtsorde bestuursrechtelijk van aard zijn. Bijvoorbeeld belastingprocedures waarin naast de verschuldigde belasting ook een bestuurlijke geldboete in het geding is. art. 6 geldt dan (in ieder geval) voor zover het proces de boete betreft.
Achtereenvolgens komen aan de orde het autonome karakter van het criminal charge-begrip (§ 3.3.2), de uitleg van dit begrip in belastingzaken (§ 3.3.3) en de doorwerking ervan in het vooronderzoek (§ 3.3.4).