De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.6.4.5:8.6.4.5 Verhouding tussen dwangvertegenwoordigers en andere tijdelijk aangestelde functionarissen
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.6.4.5
8.6.4.5 Verhouding tussen dwangvertegenwoordigers en andere tijdelijk aangestelde functionarissen
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS363639:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hetgeen in par. 8.6.4.3 werd uiteengezet over reële executie in het kader van het enquêterecht geldt mijns inziens ook voor dwangvertegenwoordiging. De vraag blijft dan nog wel hoe de (eventuele) bevoegdheid van de ondernemingskamer om een dwangvertegenwoordiger aan te wijzen zich verhoudt tot de bevoegdheid van de ondernemingskamer om tijdelijk bestuurders, commissarissen en beheerders van aandelen aan te stellen. Mijns inziens is de bevoegdheid om tijdelijk bestuurders, commissarissen en beheerders van aandelen aan te stellen niet exclusief bedoeld in de zin dat het niet de bedoeling zou zijn dat de ondernemingskamer ook andere personen zou kunnen aanwijzen en aanstellen.1
Tevens is denkbaar dat een tijdelijke bestuurder, commissaris of beheerder eveneens wordt aangewezen als dwangvertegenwoordiger ten aanzien van een geboden rechtshandeling. Dat zou min of meer een mogelijkheid bieden om aan hen “instructies” te geven.2