De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.1.1:6.1.1 Historische context
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.1.1
6.1.1 Historische context
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949361:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het eerste aspect dat van belang is bij het onderzoeken van de autonomie van de leraar bij het afnemen van een examen is de historische context. Examens zijn immers vermoedelijk zo oud als het onderwijs zelf. Ze worden primair gebruikt om te bepalen of de leerling beschikt over de juiste kennis, inzicht en vaardigheden. De wijze waarop dit gebeurt, heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld. De examens zijn door de wetgever in de loop der tijd steeds opnieuw uitgevonden. In de meeste onderwijssectoren zijn daardoor verschillende manieren van examinering geprobeerd, voordat het huidige examen werd ingevoerd. De wetgever is dus op verschillende momenten van koers veranderd. Denk bijvoorbeeld aan de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs. In eerste instantie had de leerling vrije toegang tot het voortgezet onderwijs, vervolgens werd toelating bepaald bij besluit van de school voor voortgezet onderwijs en momenteel is het schooladvies van de school voor primair onderwijs van belang voor de afsluiting van het primair onderwijs en bepalend voor het niveau van voortgezet onderwijs waarop de leerling kan instromen. Door per examen een blik terug te werpen wordt duidelijk waarom de examens hun huidige vorm hebben en wat dit betekent voor de rol van de leraar bij het afnemen van deze examens.