De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/2.3.1:2.3.1 Inleiding
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/2.3.1
2.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701942:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook uitgebreid: Huijts 2020, hoofdstuk 2.
Bijvoorbeeld art. 22 Tracéwet, art. 7.14 Waterwet, art. 17 Boswet en afdeling 6.1 Wro.
Huijts 2020, p. 35. Waarschijnlijk een stuk meer omdat de zoekopdracht de term ‘nadeelcompensatie’ bevatte, maar niet iedere nadeelcompensatieregeling dat woord in de titel vermeldt.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals aangekondigd, verschuift de blik nu naar het nadeelcompensatierecht. Tot de inwerkingtreding van titel 4.5 Awb is er geen algemene, uniforme nadeelcompensatieregeling, maar bestaat er een keur aan nadeelcompensatieregelingen. 1De nadeelcompensatieregels zijn neergelegd in zowel formele wetten2 als in lagere centrale en decentrale regelgeving. Soms berust die lagere regelgeving op een specifieke attributiegrondslag (bijvoorbeeld afdeling 6.1 Bro). In andere gevallen is er een nadeelcompensatieregeling vastgesteld zonder dat daartoe een wettelijke plicht bestond (bijvoorbeeld de Beleidsregel Infrastructuur en Waterstaat 2019). Om het nadeelcompensatieveld enigszins te duiden: uit recent onderzoek is gebleken dat alleen al op decentraal niveau meer dan 93 nadeelcompensatieregelingen bestaan. 3
Bij een aantal van die regelingen wordt in het navolgende stilgestaan. Ik doorloop de geselecteerde regelingen zoveel mogelijk hiërarchisch. Dat wil zeggen dat ik eerst aandacht besteed aan de wetten in formele zin, gevolgd door de landelijke (buitenwettelijke) nadeelcompensatieregelingen en de decentrale regelgeving. Indien een bepaalde (wettelijke) regeling wordt geraakt door de inwerkingtreding van titel 4.5 Awb en/of de Omgevingswet, worden de wijzingen die dat nieuwe systeem teweegbrengt – zoals dat hierboven bij de bespreking van het onteigeningsrecht ook gebeurde – steeds apart beschreven.
De Awb komt in het navolgende als eerste aan bod. Dat heeft ermee te maken dat de Awb een algemeen kader van rechtsnormen en -figuren schetst dat voor het gehele bestuursrecht van belang is. Dat geldt ook voor de daarin opgenomen regels omtrent deskundigenadvisering (afdeling 3.3 Awb). Vervolgens komt de meest bekende nadeelcompensatieregeling aan de orde – de planschaderegeling uit het systeem de Wro, het Bro en de gemeentelijke planschadeverordening.
Op het gebied van de landelijke buitenwettelijke nadeelcompensatieregelingen worden achtereenvolgens besproken de Beleidsregel Infrastructuur en Waterstaat 2019, de Beleidsregel schadevergoeding Ruimte voor de Rivier (alsmede, doch slechts zijdelings, andere ‘projectgebonden’ nadeelcompensatieregelingen) en de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999. Wat betreft de decentrale regelgeving sta ik stil bij de Algemene Verordening Nadeelcompensatie van de gemeente Amsterdam.