De procesovereenkomst
Einde inhoudsopgave
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/5.5.2:5.5.2 Arbitrage en bindend advies
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/5.5.2
5.5.2 Arbitrage en bindend advies
Documentgegevens:
M.W. Knigge, datum 24-10-2012
- Datum
24-10-2012
- Auteur
M.W. Knigge
- JCDI
JCDI:ADS383503:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Rb. Maastricht (k.g.) 20 juni 2008, LJN BD5614, r.o. 4.2-4.25; Rb. Amsterdam (k.g.) 20 februari 2004, NJF 2004, 319, r.o. 6; Rb. Breda (k.g.) 26 juli 2004, LJN AQ9893; Rb. Arnhem (k.g.) 4 augustus 1969, NJ 1971,137, m.nt. PZ.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook in het kader van een arbitrage of een bindend advies kunnen partijen de toegang tot het kort geding niet volledig uitsluiten. Zo blijkt expliciet uit artikel 1022 lid 2 Rv dat de overeenkomst tot arbitrage niet aan een verzoek tot een voorlopige voorziening aan de overheidsrechter in de weg staat. Wel kunnen partijen een arbitraal kort geding overeenkomen (zie artikel 1051 Rv). Zelfs in dat geval is de voorzieningen-rechter in kort geding niet zonder meer onbevoegd. Uit artikel 1051 lid 2 Rv blijkt dat hij in dat geval alle omstandigheden in aanmerking nemende, bepaalt of hij de zaak in behandeling neemt. Duidelijk is kortom dat de wetgever heeft willen garanderen dat partijen voldoende mogelijkheden hebben om een voorlopige voorziening te verkrijgen.
Ook voor de overeenkomst tot bindend advies geldt dat zij niet aan een verzoek tot een voorlopige voorziening bij de overheidsrechter in de weg staat.1