Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/9.2.5
9.2.5 Focus op maatregelen binnen de eerste pijler
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS497042:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Evenzo is door de Commissie Fundamentele Herbezinning Nederlands burgerlijk procesrecht als concrete aanbeveling voorgesteld de toetsing bij de beoordeling van het verzoek om verlof tot conservatoir beslaglegging meer inhoud te geven dan thans het geval is: Asser e.a., 2003, p. 75.
De mogelijkheid dat de voorzieningenrechter de verzoeker telefonisch hoort dan wel ter zitting beide partijen hoort voordat op het gevraagde verlof wordt beslist is gebaseerd op artikel 279 lid 1 Rv, zie ook de Beslagsyllabus, versie augustus 2012, p. 5 en 8, zoals ook opgenomen in eerdere versies van de syllabus. Sedert een arrest van gerechtshof ’s- Gravenhage, zp.’s-Hertogenbosch, 7 oktober 2010, LJN BN9816 (Chilian Lumber Company SA/Arkans Ltd) kan ervan worden uitgegaan dat ook het verlenen van een voorlopig verlof tot de mogelijkheden behoort (zie ook paragraaf 5.2.3, slot).
Met maatregelen binnen de eerste pijler zou langs de weg van aanpassingen in de Beslagsyllabus, in ieder geval ten opzichte van een traject van wetswijziging, snel een eerste belangrijke stap naar verandering kunnen worden ingezet. Bovendien ligt in de eerste pijler ook de eerste gelegenheid waarin de voorzieningenrechter situaties kan onderkennen waarin mogelijk sprake is van verzoek voor een onterecht of vexatoir beslag, of van belangen aan de zijde van de beoogd beslagene waaraan in het kader van een belangenafweging niet voorbij kan worden gegaan.1 De voorzieningenrechter is zo in de gelegenheid om reeds in het voortraject – indien hiertoe aanleiding is – te sturen door bijvoorbeeld om aanvullende informatie te verzoeken, het ex-parte karakter te doorbreken2 of een gelijkwaardiger situatie te creëren door het bevelen van een zekerheidstelling door de beslaglegger voor schade die door het beslag kan worden veroorzaakt.3 De noodzaak tot een diepgaander beoordeling dan hetgeen tot 1 juli 2011 gebruikelijk was, leek op basis van de onderzoeksresultaten met name voor betwiste vorderingen het grootst. De informatie die voor een dergelijke beoordeling benodigd is zou door de verzoeker in het beslagrekest moeten worden verstrekt en heeft betrekking op zowel de vordering die aan het beslag ten grondslag ligt als de overige omstandigheden rondom de voorgenomen beslaglegging. Deze benadering is benoemd als het Full Disclosure-beginsel. Een verdere waarborgversterking bestaat hieruit dat de beslagene op deze wijze in staat is om – indien aan de orde – in een opheffingskortgeding verweer te voeren tegen de stellingen die door de verzoeker in het beslagrekest voor het beslag zijn aangevoerd.