Einde inhoudsopgave
Cessie (O&R nr. 70) 2012/VIII.11.3.1
VIII.11.3.1 Inleiding
mr. M.H.E. Rongen, datum 01-10-2011
- Datum
01-10-2011
- Auteur
mr. M.H.E. Rongen
- JCDI
JCDI:ADS356427:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 30 oktober 2009, NJ 2010, 96, m.nt. Verstijlen (Hamm q.q./ABN-AMRO), alsmede de voorafgaande instanties: Rb. Dordrecht 6 februari 2002, JOR 2002/36, m.nt Faber onder JOR 2002/38 en Hof ’s-Gravenhage 25 september 2007, JOR 2007/287, m.nt. Van Andel. Ook in de literatuur is de vraag bevestigend beantwoord, zie: Faber 2008, p. 378 e.v.; Verdaas 2008, nrs. 259 en 260; Vermunt 2006, p. 174 e.v.; Busch 2003, p. 120; Molkenboer & Verdaas 2002, p. 205 e.v.; Faber, JOR 2002/38; Verdaas 2002a, p. 53 en Westrik 1997, p. 748. Ontkennend: Keukens 2009, p. 36 e.v.; Keukens & Vriesendorp 2007, p. 397-398; Verstijlen 2007, p. 161 e.v.; A. van Hees 2002, p. 212 e.v. en Ophof 1994, p. 335. Zie met betrekking tot cessie: Biemans 2009b, p. 473 e.v. Zie in verband met de vergelijkbare vraag of een concurrerende stil pandhouder of een beslaglegger inzage kan vorderen in de boekhouding van degene die beweert eerste pandhouder te zijn: H.J. Snijders 1994, p. 787 en Gerver 1995, p. 113.
Anders: Rb. Dordrecht 6 februari 2002, JOR 2002/36, alsmede Molkenboer & Verdaas 2002, p. 208.
Zie hierover: A. van Hees 2002, p. 213-214, die met betrekking tot verpanding opmerkt dat verificatie niet mogelijk is aangezien het moeilijk is aan de vordering tot informatieverschaffing een waarde toe te kennen. Bovendien merkt hij op dat ook de vordering tot schadevergoeding wegens niet-nakoming van de informatieverplichting, naar haar aard niet verifieerbaar is, omdat de schade louter bestaat uit het onvoldaan blijven van de vordering. In geval van cessie is dit anders. De schade van de cessionaris bestaat in de bedragen die hij als gevolg van de niet-nakoming van de informatieverplichting niet van de schuldenaar kan innen. Vgl. Groenewegen & Orval 2009, p. 40-41.
831. Twee deelvragen. In geval van faillissement van de cedent/pandgever dient de curator onmiddellijk na zijn aanstelling, voor zover dat mogelijk is, de administratie van de failliet onder zich te nemen (zie art. 92 Fw). De vraag rijst of ook op de curator een informatieplicht jegens de cessionaris/pandhouder rust, waaraan hij bijvoorbeeld kan voldoen door de cessionaris/ pandhouder gegevens uit de administratie te verschaffen of door inzage in de administratie te verlenen. Hierbij moeten twee deelvragen worden onderscheiden. De eerste vraag is of de curator gehouden is medewerking te verlenen aan het bewijs door de cessionaris/pandhouder dat een of meer vorderingen aan hem zijn gecedeerd of verpand. De tweede vraag betreft de situatie dat duidelijk is welke vorderingen in de cessie of verpanding zijn begrepen, maar zonder dat de cessionaris/pandhouder beschikt over de adres- en persoonsgegevens die nodig zijn om de cessie of verpanding aan de schuldenaar te kunnen mededelen. Is de curator dan gehouden deze gegevens aan de cessionaris/pandhouder ter beschikking te stellen, zodat de cessionaris/pandhouder de vordering bij de schuldenaar kan innen?
Beide vragen kunnen bevestigend worden beantwoord. Met betrekking tot de tweede deelvraag heeft inmiddels ook de Hoge Raad een bevestigend oordeel gegeven voor zover het de stille verpanding betreft (zie hierna).1 Daarvoor kan echter geen beroep worden gedaan op een contractueel overeengekomen informatieverplichting, althans voor zover deze uitsluitend verbintenisrechtelijke werking zou hebben. Deze verbintenis rust op de failliet en behoeft niet door de curator te worden nagekomen. Het gaat niet om een boedelvordering die op grond van art. 25 Fw kan worden ingesteld jegens de curator,2 maar om een faillissementsvordering die mogelijk overeenkomstig art. 26 jo art. 133 Fw (naar haar geschatte waarde) voor verificatie in aanmerking komt.3