Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.6.1.4
2.6.1.4 Onvolkomenheden als gevolg van vergissingen en onjuistheden
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661300:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Happé 1996, p. 164; Mertens 2008 merkt op dat het voorlichtingsmateriaal van de overheid ‘van onberispelijke kwaliteit’ moet zijn, wat meebrengt een ‘lastige opgave voor het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst, waarbij gelukkig betrekkelijk weinig fouten worden gemaakt’, maar fouten natuurlijk wel kunnen voorkomen.
Bijv. HR 9 maart 1988, nr. 24199, BNB 1988/148, r.o. 4.2 (onjuiste verwijzing in toelichting).
Bijv. Hof Amsterdam 30 mei 2008, nr. 07/00495, NTFR 2008/1732 (onjuiste tarieventabel successierecht bij aangiftebiljet); Hof Den Bosch 23 oktober 2009, nr. 08/00516, NTFR 2010/1385.
HR 6 december 2002, nr. 37515, BNB 2003/330 (onjuiste vermelding van afvalwatercoëfficiënt); foute bedragen in Handboek Loonheffingen 2021 (hhttps://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/berichten/nieuws/handboek-loonheffingen-2021-foute-bedragen), geraadpleegd 24 maart 2021).
Hof 's-Hertogenbosch 14 oktober 2021, nr. 20/00591, V-N 2022/2.22.8, r.o. 4.3 e.v.
Bijv. Rechtbank Noord-Nederland 18 oktober 2016, nr. LEE 15/2531 en LEE 15/3369, V-N 2017/2.16.14, r.o. 4.5 (onjuiste instructie BelastingTelefoon over toepassing overgangsregeling voor oldtimers); Rechtbank Haarlem van 20 september 2005, nr. 05/757, V-N 2005/55.2 (onjuiste informatie over timing van aftrekpost); Rechtbank Arnhem 22 november 2006, nr. 06/2881, V-N 2007/20.3.4 (onjuiste informatie van BelastingTelefoon over verrekeningsmogelijkheid van een particuliere ziektekostenverzekeringspremie op de aanslag premie Ziekenfondswet).
Bijv. Kamerstukken II, 2013/2014, Aanhangsel, nr. 1796 met antwoorden Kamervragen van 25 april 2014 en de blog van Omtzigt inzake onjuiste informatie over de aftrekbaarheid van trapliften na een wetswijziging (via https://www.cda.nl/mensen/omtzigt/blog/toon/mag-je-vertrouwen-op-de-site-van-de-belastingdienst-casus-trapliften/geraadpleegd 2 september 2016). Zie ook het nieuwsbericht over verouderde bedragen in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2020 (https://www.taxlive.nl/nl/documenten/nieuws/fout-bedrag-afbouw-ouderenkorting-nieuwsbrief-loonheffingen/, geraadpleegd 30 januari 2020).
Bijv. in het kader van de forfaitaire rendementen van box 3 die zijn vastgesteld door ministerie van Financiën, zie de brief van staatssecretaris Vijlbrief van 3 maart 2020, kenmerk 2020-0000046622.
Vgl. Rechtbank Gelderland 11 april 2019, nr. AWB 18_6250, V-N 2019/38.15, zie r.o. 9, 12 (informatie RDW).
Vanuit het vertrouwensbeginsel is dat verklaarbaar, want hierbij gaat het om de gewekte verwachtingen en niet om de kwaliteit van de voorlichting als zodanig (paragraaf 4.2). Bijv. in Hof Den Haag 5 september 2019, nr. BK-17/00297, V-N 2018/7.18.2, r.o. 7.3.3 blijft de eventuele onjuistheid in het midden; in Hof 's-Hertogenbosch 11 juli 2003, nr. 00/03144, r.o. 5 gaat de belastingrechter veronderstellenderwijs uit van een onjuistheid.
Tot slot kan voorlichting fouten bevatten, zoals als gevolg van vergissingen of verschrijvingen.1 Daarbij valt te denken aan fouten zoals in onjuiste verwijzingen (bijvoorbeeld een verkeerd paginanummer, waardoor de verkeerde tabel wordt toegepast2), onjuiste tarieven (bij het aangiftebiljet staat bijvoorbeeld een onjuiste tarieventabel vermeld3) of verkeerde getallen.4 Ook kan sprake zijn van een inhoudelijk onjuiste uitleg van de wet.5
Verder valt te denken aan voorlichting die incorrecte instructies bevat (bijvoorbeeld de wijze waarop van een bepaalde regeling gebruik kan worden gemaakt, wordt verkeerd weergegeven6), of voorlichting die informatie bevat die is verouderd, zoals vanwege een wetswijziging.7 Ook kan de Belastingdienst zijn informatie baseren op een fout in de wetgeving zelf8 of op informatie van een andere instantie.9
De hierboven besproken onvolkomenheden kunnen al met al leiden tot voorlichting die onvolledig, onjuist, onduidelijk, of een combinatie daarvan is. De belastingrechter maakt daarbij in principe geen consequent of betekenisvol onderscheid in termen van rechtsgevolgen. Het is bijvoorbeeld niet zo dat vertrouwen ontleend aan onjuiste voorlichting anders wordt beoordeeld dan vertrouwen ontleend aan onbegrijpelijke voorlichting (paragraaf 7.4.2.2). Bovendien laat de rechtspraak zien dat de belastingrechter bij het vertrouwensbeginsel niet steeds precies vaststelt of sprake is van een onvolkomenheid in de informatie, en zo ja, welke (paragraaf 4.3.3).10
Sommige hierboven besproken onvolkomenheden zijn vermijdbaar (bijvoorbeeld als gevolg van vergissingen en fouten, zorgvuldigheid), terwijl andere niet of niet geheel vermijdbaar zijn (bijvoorbeeld als gevolg van de trade-off). Daarnaast laten niet alle onderscheiden tekortkomingen zich even gemakkelijk vaststellen, bijvoorbeeld vanwege de contextafhankelijkheid van onvolledigheid. Ook zijn onvolkomenheden in voorlichting soms terug te voeren op onduidelijkheden of onvolledigheden in de onderliggende wettekst of op een (onjuiste) interpretatie van de Belastingdienst inzake het geldende recht (paragraaf 4.6.2). Vanuit de burger bezien is een en ander veelal niet zichtbaar. Wanneer hij louter de ‘vertaling’ raadpleegt, zal hij een eventuele tekortkoming in de voorlichting niet steeds herkennen, laat staan de oorzaak ervan kunnen vaststellen.