Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/10.3.10
10.3.10 Zekerheidsinstelling door beslaglegger voor schade
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS495784:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Diverse varianten zijn denkbaar: het recht van het land waar het EAPO wordt uitgevaardigd, het recht van het land van eiser, het recht van het land van tenuitvoerlegging, het recht van het land van verweerder.
Artikel 18.2 spreekt over eventuele rente die op de vordering is verkregen. Dit lijkt niet van toepassing op een vordering waarvoor nog geen uitvoerbare uitspraak in de hoofdzaak beschikbaar is.
Beslagsyllabus augustus 2012, p. 12-13.
Zie paragraaf 5.3.3.3.
Het rechtsvergelijkend Hess-onderzoek, dat aan het voorstel Europees bankbeslag vooraf ging, p. 141 en 152. Een hierin opgenomen ‘policy recommendation’ vermeldt dat Europese bewarende ex-parte maatregelen altijd zouden moeten worden uitgevaardigd onder de voorwaarde dat de eiser zekerheid stelt voor verliezen of schade, geleden door de beslagene indien de vordering waarvoor beslag wordt gelegd in de hoofdzaak wordt afgewezen. Ook het Europees Parlement heeft in reactie op het Groenboek bankbeslag aangegeven dat het ter bescherming van de schuldenaar en ter voorkoming van misbruik door de schuldeiser noodzakelijk is dat de schuldeiser verplicht wordt om, zolang hij geen uitvoerbare titel heeft verkregen, zekerheid te stellen die evenredig is aan het ingevorderde bedrag (tekst Europees Parlement n.a.v. het Groenboek bankbeslag). Soortgelijk: Resolutie Europees Parlement 10 mei 2011, aanbeveling 12: indien geen sprake is van een vaststaande schuldvordering, moet aan de inwilliging van het verzoek om een EAPO af te geven, de voorwaarde worden verbonden dat de eiser een door de rechtbank vast te stellen zekerheid of andere waarborgen biedt om de verweerder en eventuele derden schadeloos te stellen voor mogelijkerwijs geleden schade.
Artikel 12 van het voorstel Europees bankbeslag biedt het gerecht de mogelijkheid om van de eiser/beslaglegger, voordat een EAPO wordt uitgevaardigd, zekerheid of een soortgelijke waarborg te eisen om vergoeding van eventuele schade, door de beslagene/verweerder door het beslag geleden, te waarborgen. Dit voor zover de eiser krachtens het nationale recht gehouden is om dergelijke schade te vergoeden (niet duidelijk is om welk nationaal recht het hier gaat).1 Artikel 18.2 voorstel Europees bankbeslag bepaalt vervolgens dat de eiser/beslaglegger in staat moet zijn om zekerheid te stellen voor het bedrag van de vordering en eventuele daarover berekende rente.2 Dit klinkt als een serieuze waarborg voor de beslagene die misbruik kan voorkomen. Toch lijkt een goede werking van deze waarborg niet op voorhand verzekerd. Een eerste uitvoeringsvraag is of een gerecht bekend zal zijn met de toepasselijke regels inzake schadevergoeding wanneer deze buiten de eigen lidstaat liggen. Kan een gerecht zonder kennis daarvan en met slechts door de eiser/beslaglegger overgelegde informatie beoordelen of er sprake is van een risico op schade? Niet duidelijk is in welke omstandigheden zekerheid moet worden verlangd: moet men hierbij denken aan een zwakke hoofdvordering, aan een aanzienlijk of wellicht enig risico op schade? Nederland kent een soortgelijke bepaling in artikel 701 Rv, op grond waarvan de voorzieningenrechter aan een verlof ambtshalve de voorwaarde kan verbinden dat de beslaglegger zekerheid stelt in verband met schade als gevolg van het beslag. In de praktijk blijkt de regeling, die nader is uitgewerkt in de Beslagsyllabus,3 in de fase van verlofverlening geen toepassing te vinden.4 De reden die hiervoor in de Beslagsyllabus wordt genoemd is dat het voor voorzieningenrechters in de praktijk lastig blijkt te zijn om de beslagschade te begroten en daarmee het bedrag van de zekerheidstelling vast te stellen. Zoals ook de bepalingen in Rv heeft de Europese pendant – anders dan de eerdere insteek dat het stellen van zekerheid door de eiser in ex-parte situaties een voorwaarde voor verlofverlening zou moeten zijn –5 een discretionair karakter, zodat steeds de rechter het initiatief voor toepassing moet nemen. Gezien de Nederlandse ervaringen is de vraag in hoeverre de waarborg in Europees verband toepassing zal krijgen omdat de rechter in beginsel geen informatie over de positie van de verweerder/beslagene heeft en daarmee hierin geen aanwijzing voor mogelijke beslagschade kan vinden.