Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/10.3.9
10.3.9 Termijn instellen procedure in de hoofdzaak
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS497044:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Beslagsyllabus augustus 2012, p. 10 en verder.
Dit in tegenstelling tot een – niet opgevolgd – voorstel in het kader van de beantwoording van de vraagstelling in het Groenboek bankbeslag (Annex II, p. 65 van het Commission Staff Working Paper).
Op grond van dit artikel kan elk der partijen op elk moment het gerecht waar een EAPO werd uitgevaardigd verzoeken een EAPO te wijzigen of in te trekken, op grond dat de omstandigheden waaronder het bevel werd uitgevaardigd ondertussen zijn veranderd. Voorbeelden van situaties waarin wijziging of intrekking mogelijk is, die in het artikel zelf worden genoemd, zijn een beslissing in het bodemgeschil waarbij de vordering in de hoofdzaak is afgewezen en voldoening van de vordering. Hieruit valt in ieder geval niet af te leiden dat het de bedoeling is geweest om een periode van onderhandeling te willen creëren die reden kan zijn voor verlenging van de termijn.
Dit was een reden om de Beslagsyllabus juni 2011 op dit onderdeel aan te scherpen.
In de reacties op het Groenboek bankbeslag is sprake van een overweldigende steun voor het automatisch vervallen van een EAPO na een zekere periode in het kader van de bescherming van de debiteur tegen onrechtmatig beslag (Annex II, p. 64-65 van het Commission Staff Working Paper). Een verklaring voor de uiteindelijke keuze heb ik nergens kunnen vinden.
Het betreft een verzoek dat kan wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier (artikel 34.3 voorstel Europees bankbeslag). Bijlage IV bevat het formulier dat moet worden ingevuld in de taal van gerecht waar het verzoek wordt ingediend. Het formulier bevat een format waarin gegevens over eiser, gedaagde, gerecht e.d. moet worden ingevuld, alsook de mogelijkheid wordt geboden om de gronden voor het verzoek tot heroverweging aan te kruisen. De motivering zal de verweerder op eigen kracht moeten formuleren.
Op grond van artikel 34.4 voorstel Europees bankbeslag dient een verzoek om heroverweging door de verweerder aan de eiser van het verzoek (tot uitvaardiging van een EAPO, zo lijkt het meest logisch) worden betekend of ter kennis gebracht. Vervolgens dient het gerecht waar het EAPO werd afgegeven op grond van artikel 34.5 voorstel Europees bankbeslag binnen 30 kalenderdagen nadat de eiser op de hoogte is een beslissing tot intrekking of wijziging van het EAPO te geven. Het lijkt of zo in een mogelijkheid tot repliek door de beslaglegger is voorzien.
Ook Van het Kaar meent dat deze gang van zaken bijzonder belastend voor de beslagdebiteur kan zijn. Deze dient alsnog een rechtsmiddel in te stellen om het beslag te laten vervallen, hetgeen de nodige tijd en kosten met zich meebrengt: Van het Kaar 2011c, p. 647.
Artikel 13 voorstel Europees bankbeslag vormt de evenknie van het Nederlandse artikel 700 lid 3 Rv: indien nog geen eis in hoofdzaak is ingesteld wordt het verlof verleend onder de voorwaarde dat dit binnen een door de voorzieningenrechter daartoe te bepalen termijn dient te geschieden. Deze bepaling dient ter bescherming van de beslagene, opdat de beslaglegger ook daadwerkelijk actie onderneemt in de vorm van het aanhangig maken van een procedure; de beslagene mag niet onnodig in het ongewisse blijven terwijl deze intussen niet over vermogensbestanddelen kan beschikken. Het voorstel Europees bankbeslag gebiedt de eiser om binnen dertig dagen vanaf de uitvaarding van een EAPO, of zoveel eerder als het gerecht bepaalt, een eis in hoofdzaak in te stellen. Rv kent slechts een minimum termijn: de voorzieningenrechter bepaalt een termijn van ten minste acht dagen na het beslag. In de praktijk wordt op basis van de aanbevelingen in de Beslagsyllabus1 veelal een termijn van veertien dagen na datum beslag aangehouden, behoudens verlenging(en). Een mogelijkheid tot verlenging van de termijn biedt het voorstel Europees bankbeslag niet.2 Dit betekent dat het Nederlandse gebruik om (soms meermalen) een verlenging te verzoeken in het kader van het voeren van onderhandelingen over een buitengerechtelijke oplossing tussen partijen, niet tot de mogelijkheden behoort, nu ook artikel 40 voorstel Europees bankbeslag inzake wijziging of herroeping van een EAPO hiervoor niet lijkt te zijn bedoeld.3 In hoeverre dit als een gemis moet worden beschouwd zal, naar ik meen, vooral afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval. Enerzijds is deze fase van een geschil naar haar aard uitermate gevoelig voor het onder druk zetten van de beslagene die door het beslag in een moeilijke positie is geraakt. Bij een vordering die aan het beslag ten grondslag ligt, die op redelijke gronden wordt betwist, kan een beslagene zich gedwongen zien om de dubieuze vordering onder druk toch maar te voldoen. De beslaglegger ontloopt hiermee het risico dat diens vordering in de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen. Een voordeel van de afwezigheid van een verlengingsbepaling is dat hiermee onnodige vertraging in de rechtsgang door termijnverlenging(en) wordt uitgesloten.4 Anderzijds kan een schikking, al dan niet met een betalingsregeling, in het voordeel van beide partijen zijn. De kosten en het risico van een vaak meerjarige hoofdprocedure worden zo vermeden. Omdat het partijen steeds vrij staat om, ook zonder een verlengingsmogelijkheid, in ieder stadium van een geschil met elkaar in overleg te treden over een minnelijke regeling lijkt mij dat het gemis van termijnverlenging niet als bezwarend hoeft te worden beschouwd.
Geen automatisch verval bij termijnoverschrijding
Een verschil met verregaander consequenties is dat het voorstel Europees bankbeslag, in tegenstelling tot de Nederlandse imperatieve bepaling in artikel 700 lid 3 Rv, niet voorziet in een automatisch vervallen van het beslag in het geval van termijnoverschrijding. Een EAPO blijft ingevolge artikel 21.7 (a) voorstel Europees bankbeslag geldig totdat het door een gerecht wordt ingetrokken. Dit hoewel de reacties op het Groenboek bankbeslag doen blijken van een overweldigende meerderheid die voorstander was van een automatisch verval regeling.5 Op grond van artikel 34.1 voorstel Europees bankbeslag zal de beslagene voor beëindiging van een EAPO het rechtsmiddel van heroverweging moeten entameren bij het gerecht dat het EAPO heeft uitgevaardigd.6 Binnen dertig dagen nadat de beslaglegger bekend is met het instellen van het rechtsmiddel, dient het gerecht over de heroverweging te beslissen.7 Ik meen dat hier een onnodig moeilijke weg moet worden bewandeld door de beslagene om een beroep op een waarborg te kunnen doen. Een imperatieve bepaling voor het doen eindigen van een EAPO indien de eis in hoofdzaak niet tijdig is ingesteld is niet alleen veel eenvoudiger maar komt ook aanzienlijk sterker tegemoet aan het doel van de bepaling.8