Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/IV.1
IV.1 Inleiding
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178856:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/291 en Van Schilfgaarde/Schoonbrood, Winter & Wezeman 2017/98. Zie ook § VIII.2.2.
Canisius & Canisius 2015, p. 91.
Vgl. HR 5 januari 1979, NJ 1979/317, m.nt. Maeijer (Volkshogeschool ’t Oldörp) en HR 5 juni 1990, NJ 1991/51, m.nt. Maeijer (Sluis).
Wel lijken zulke besluiten minder gewoon dan de externe besluiten in het Nederlandse recht. Voor rechtstreeks externe werking moet de geadresseerde ter vergadering aanwezig zijn. Zie BGH 5 mei 2003, NZG 2003, 771 alsook Grabolle 2013, p. 52 e.v., MüKoGmbHG/Drescher 2019, GmbHG § 47 Rn. 11 en MüKoAktG/Spindler 2019, AktG § 82 Rn. 17. Vgl. ook Bohn 1950, p. 70. Hierom vergelijk ik vooral met de Duitse regels die voor vertegenwoordiging van de rechtspersoon in het algemeen gelden.
Een besluit heeft interne werking.1 Een besluit van het bestuur, de algemene vergadering of een ander orgaan heeft geen gevolgen buiten de sfeer van de rechtspersoon.2 Na de besluitvorming is daarom in beginsel vertegenwoordiging nodig. Vertegenwoordiging is een afzonderlijke rechtshandeling die zich tot de derde richt en de rechtspersoon extern bindt. De vertegenwoordigingsbevoegdheid is onbeperkt en onvoorwaardelijk (art. 2:130/240 lid 3 BW). Dit betekent dat de vertegenwoordiging niet afhangt van een daaraan voorafgaand besluit. Besluiten en vertegenwoordigen staan los van elkaar. Bestaat een besluit niet of wordt het vernietigd, dan heeft dat geen gevolgen in de rechtsverhouding tussen de rechtspersoon en de derde.3
Dit alles ligt anders waar een besluit externe werking heeft. Een ‘extern besluit’ richt zich direct tot een derde (direct externe werking) of vormt een noodzakelijke voorwaarde voor een daaropvolgende uitvoeringshandeling (indirect externe werking). Een extern besluit heeft dus gevolgen buiten de rechtspersoon. Zo richt een benoemingsbesluit zich rechtstreeks tot de kandidaat-bestuurder. Wat nu als een extern besluit nietig of vernietigbaar is? Een gebrek in een extern besluit tast de rechtsverhouding met de derde aan. Is bijvoorbeeld een benoemingsbesluit nietig, dan is de benoemde nooit bestuurder geworden.
Het is evenwel niet geheel duidelijk aan welke besluiten externe werking toekomt. Daarnaast heeft de positie van derden in de literatuur weinig aandacht gekregen. Welke gevolgen heeft een gebrek in een extern besluit voor de derde? Ik onderzoek welke besluiten direct extern (§ 2) dan wel indirect extern (§ 3) werken. Vervolgens bekijk ik het gebrekkig extern besluit (§ 4) en de gevolgen daarvan voor derden (§ 5-7). Waar nuttig en inspirerend komt het Duitse recht aan de orde. Het Duitse recht kent een uitgewerkte dogmatiek. Bovendien is dat recht in de kern K.A.M. van Vughtvergelijkbaar. Ook naar Duits recht kan een besluit Außenwirkung hebben.4