Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/7.9.3.2:7.9.3.2 Rechtvaardigingsgronden
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/7.9.3.2
7.9.3.2 Rechtvaardigingsgronden
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633752:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1989-1990, 20868, nr. 2, Criteria steunverlening (kerk)genootschappen, p. 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Oorspronkelijk maakte de wetgever onderscheid tussen rsli’s en andere anbi’s omdat het relatief moeilijk is om in gebouwen die bestemd zijn voor openbare eredienst en openbare bezinningsbijeenkomsten aan energiebesparing te doen. Deze rechtvaardiging gaat alleen op voor oude, monumentale (kerk)gebouwen, maar niet voor moderne gebouwen die in gebruik zijn van rsli’s. Overigens kunnen ook andere anbi’s gebruik maken van oude, monumentale gebouwen. Verder zouden rsli’s, omdat zij relatief weinig betaald personeel hebben en doorgaans niet Vpb-plichtig zijn, relatief weinig kunnen profiteren van terugsluis van de energiebelasting in de vorm van verlaging van de lasten op arbeid en de Vpb. Dit geldt echter ook voor andere anbi’s dan rsli’s. Juist om die reden heeft de wetgever de teruggaafregeling uitgebreid naar andere anbi’s.
Op grond van de fundamentele beginselen uit mijn toetsingskader nemen rsli’s een andere rechtspositie in dan andere anbi’s. Die beginselen komen erop neer dat de staat de vrijheid van richting, inrichting en oprichting van geestelijke gemeenschappen eerbiedigt en dat de geestelijke gemeenschappen geen formele zeggenschap in publieke besluitvorming toekomt. Die andere rechtspositie blijkt des te meer bij een instelling met de rechtsvorm kerkgenootschap, die een bijzondere civielrechtelijke inrichtingsvrijheid kent. Het beginsel van scheiding van kerk en staat verzet zich niet tegen steunverlening door de staat aan rsli’s, mits de organisatorische zelfstandigheid en de belijdenisvrijheid worden gerespecteerd, de rsli’s op gelijke voet worden behandeld en de overheid zich onthoudt van maatregelen die een bepaalde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting bevorderen ten koste van andere.1 De speciale rechtspositie van rsli’s op grond van de fundamentele beginselen rechtvaardigt echter niet het verschil in fiscale behandeling bij de toepassing van de teruggaafregeling. Deze speciale rechtspositie betreft immers de eerbiediging van de vrijheid van richting, inrichting en oprichting van geestelijke genootschappen en van de bijzondere civielrechtelijke inrichtingsvrijheid van kerkgenootschappen. Deze vrijheden zijn echter niet in het geding bij de toepassing van de teruggaafregeling op rsli-gebouwen.
De overige elementen van mijn toetsingskader (de rechtsvormkeuze en het grondrecht op privacy) bieden evenmin een objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond voor dit onderscheid. De rechtsvorm speelt geen rol bij de toepassing van de teruggaafregeling, waarvoor de rechtsvorm die de instelling kiest, immers niet beslissend is. Het grondrecht op privacy biedt – zoals bleek uit hoofdstuk 4 Mensenrechtelijk en constitutioneel perspectief – ook bescherming aan rechtspersonen en strekt zich ook uit tot ruimten waarvan rechtspersonen gebruik maken. De bescherming van ruimten die rsli’s in gebruik hebben, valt onder de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging in combinatie met het grondrecht op privacy, maar die bescherming omvat niet een verplichte faciliteit voor de energiebelasting in verband met het gebruik van een onroerende zaak voor openbare eredienst en openbare bezinningsbijeenkomst.
Voor het onderscheid in toepassing van de teruggaafregeling is er op grond van mijn toetsingskader dus geen objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond.
Tabel 7.8. geeft de toetsing van anbi-faciliteiten energiebelasting schematisch weer.
Tabel 7.8. Toetsing van anbi-faciliteiten energiebelasting
Faciliteit
Onderscheid
Rechtvaardiging
Teruggaafregeling
Ja: tussen rsli’s en andere anbi’s. Bij rsli’s geldt niet de voorwaarde dat ze niet onder de vennootschapsbelasting mogen vallen of daarvan moeten zijn vrijgesteld.
Nee.