Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg
Einde inhoudsopgave
Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg (MSR nr. 74) 2019/6.4.1:6.4.1 Statutaire representativiteit
Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg (MSR nr. 74) 2019/6.4.1
6.4.1 Statutaire representativiteit
Documentgegevens:
Mr. N. Jansen, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. N. Jansen
- JCDI
JCDI:ADS400586:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 3.3.
Advies betreffende de representativiteit van organisaties van ondernemers en van werknemers in verband met de samenstelling van publiekrechtelijke colleges (advies van 19 december 1975, SER 1976/5), Den Haag: SER 1976, p. 8.
Rb. Amsterdam 29 december 2005, ECLI:NL:RBAMS:2005:AU8865.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een vakbond kan representatief worden genoemd indien hij aan een geheel van eigenschappen, hoedanigheden of kenmerken beantwoordt, die hem tot een betrouwbare of gezaghebbende woordvoerder maakt van wat er leeft onder de groep van personen, niet noodzakelijk leden, die hij heet te vertegenwoordigen.1 Uit deze definitie volgt dat een vakbond slechts representatief kan zijn voor de groep van personen die hij beoogt te vertegenwoordigen. Het begrip representativiteit van een organisatie drukt een relatie uit tussen die organisatie en de groep die zij beoogt te organiseren en de representativiteit van een organisatie wordt begrensd door de doelstelling van de organisatie. Alleen op het terrein dat door de doelstelling wordt afgebakend kan een organisatie representatief zijn voor de groep die zij beoogt te organiseren.2 Dit uitgangspunt komt terug in de Hema-zaak waarin de Rechtbank Amsterdam oordeelde overwoog dat een vakbond in het cao-overleg geen werknemers (leden en niet-leden) kan vertegenwoordigen die zij krachtens haar statuten niet beoogt te vertegenwoordigen.3 De rechtbank oordeelde dat het in strijd is met elementaire beginselen van het verbintenissenrecht over hoofden en met uitsluiting van werknemers van wie op grond van de statuten de vertegenwoordiging niet beoogd is, een cao af te sluiten. De statutaire doelomschrijving is daarmee een belangrijk criterium bij het vaststellen van de representativiteit van een vakbond.