Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/3.6:3.6 G/Ontvanger: verrekening van belastingschulden met een schadevordering op de ontvanger
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/3.6
3.6 G/Ontvanger: verrekening van belastingschulden met een schadevordering op de ontvanger
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS612056:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie de § 1.3 en 4.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze procedure vorderde G een schadevergoeding van de ontvanger voor een bedrag van f 9.500. De ontvanger had een aan G in eigendom toebehorende auto (Renault 20) in executoriaal beslag genomen en ter bewaring afgevoerd naar een afgesloten terrein. Daar werd de autoradio uit de auto gestolen en daarna ging de auto door brand teloor. G hield de ontvanger hiervoor aansprakelijk en claimde het genoemde bedrag. Een van de verweren van de ontvanger was dat, als G al op grond van de diefstal of brand iets van de ontvanger te vorderen mocht hebben, die vordering in dat geval is tenietgegaan door verrekening met de openstaande opeisbare belastingschuld die meer dan f 362.000 bedroeg. De rechtbank acht dit verweer juist. Nu vaststaat dat G een opeisbare belastingschuld heeft die het door hem gevorderde bedrag van f 9.500 verre overstijgt, staat daarmee voor de rechtbank tevens vast dat, ook als alle stellingen van G juist zijn en de ander verweren van de ontvanger ongegrond, van gehele of gedeeltelijke toewijzing van de vordering van G geen sprake kan zijn. De rechtbank gaat opvallend genoeg niet in op de wettelijke grondslag van de door de ontvanger te verrichten verrekening. Kennelijk acht de rechtbank het gesloten systeem van de Iw 1845 geen belemmering voor een dergelijke verrekening. Zij volgt daarmee (impliciet) een zelfde redenering als de Hoge Raad vier jaar later zou doen in het in de volgende paragraaf te behandelen arrest Nieuwkoop/Ontvanger. Onder artikel 24 Iw 1990 is niet duidelijk of de ontvanger hier zou mogen verrekenen. Het is daarbij met name van belang of de vordering van de belastingplichtige verband houdt met de inning van rijksbelastingen in de zin van artikel 24 lid 1, onderdeel b, Iw 1990.1 Enig verband is aanwezig, maar het is de vraag of dat voldoende is.