Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.8.2
8.8.2 Er is geen administratie gevoerd
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180050:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 92 Fw.
Artikel 105b Fw.
In het geval de bestuurder erin slaagt aan de hand van concrete bewijsstukken aannemelijk te maken dat wel een administratie is gevoerd, zal vervolgens een processueel debat ontstaan over de vraag waarom deze administratie niet aan de curator ter beschikking is gesteld.
Voor een uitzondering verwijs ik naar het door de minister genoemde voorbeeld van het niet-opzettelijk door brand verloren gaan van administratie terwijl door het bestuur wel kan worden aangetoond dat er een adequate administratie was, zie noot 105.
Het meest eenvoudig is de situatie waarin de curator in het geheel geen administratie aantreft,1 en de bestuurder desgevraagd geen administratie aanlevert2 en er ook geen derden zijn die administratie onder zich hebben.3 In dat geval ligt de vaststelling dat er geen administratie is gevoerd en dat sprake is van schending van de administratieplicht voor de hand. De curator hoeft alleen maar te stellen dat hij geen administratie heeft aangetroffen. Het is aan de aansprakelijk gestelde bestuurder om zich te verweren door te stellen dat er wel een administratie is gevoerd. Hij zal deze stellingen aan de hand van concrete stukken moeten bewijzen.4
Wanneer vast staat dat geen administratie is gevoerd, valt in beginsel niet met een beroep op een onbelangrijk verzuim aan de vaststelling van onbehoorlijk bestuur te ontkomen.5 Voor het in het geheel niet voldoen aan een elementaire bestuursverplichting zal in die gevallen door de aansprakelijk gestelde bestuurder geen aanvaardbare verklaring kunnen worden gegeven. Over het in het geheel niet voeren van een administratie zal ook niet worden geoordeeld dat sprake is van een niet-materieel verzuim aangezien dit in de ogen van de wetgever een belangrijk aanknopingspunt van malafide bestuurderschap is.