De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/5.2.2:5.2.2 Het ondernemingsbegrip in internationale concernverhoudingen
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/5.2.2
5.2.2 Het ondernemingsbegrip in internationale concernverhoudingen
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS390892:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Minister van Sociale Zaken 3 september 1987, ROR 1987/23; Raad van State, Afdeling rechtspraak 25 juli 1989, ROR 1989/21, SER 21 september 1990, ROR 1991/1; College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 januari 1992, ROR 1992/2 (The American School of the Hague).
Sociaal economische raad 21 december 1990, ROR 1991/4 (Europees Octrooibureau).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Omdat de WOR in art. 1 lid 1 sub c WOR aansluit bij het begrip onderneming en niet bij het begrip rechtspersoon, vallen buitenlandse ondernemingen, onderdelen, vestigingen en ‘business units’ van buitenlandse rechtspersonen ook onder de WOR, mits het onderdeel op het Nederlandse grondgebied een zelfstandig, naar buiten tredende eenheid vormt. De omstandigheid dat de onderneming sterke banden heeft met een ander land of het feit dat de arbeidsovereenkomsten onder een ander rechtstelsel vallen, doet daaraan niets af. Zo kreeg de American School of the Hague geen ontheffing van de instelling van een or.1 Het Europees octrooibureau kreeg een dergelijke ontheffing wel voor haar vestiging in Rijswijk, omdat deze vestiging tijdelijk in Nederland was gevestigd en een andere vorm van medezeggenschap (Comité du Personnel) was ingevoerd.2 Buitenlandse onderdelen van Nederlandse rechtspersonen of concerns vallen niet onder de WOR, maar onder het medezeggenschapsrecht van de lidstaat waarin zij gevestigd zijn.
De vennootschapsrechtelijke medezeggenschap uit Boek 2 BW is rechtsvormafhankelijk (zie hierover hoofdstuk 3). De bepalingen inzake de spreekrechten, het enquêterecht en de medezeggenschapsregeling uit de structuurregeling zijn dus alleen van toepassing op vennootschappen met een Nederlandse rechtsvorm. Buitenlandse vennootschappen die hier hun secundaire zetel (feitelijke vestiging of hoofdbestuur) hebben, zijn dus niet onderworpen aan deze medezeggenschapsregelingen. Uiteraard kunnen zij op basis van het recht van hun primaire zetel wel onderworpen zijn aan vennootschapsrechtelijke medezeggenschap.