Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.5.4.1:12.5.4.1 Het huidige recht volgens de staatssecretaris (als wetsuitvoerder)
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.5.4.1
12.5.4.1 Het huidige recht volgens de staatssecretaris (als wetsuitvoerder)
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491759:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens de staatssecretaris is een opwaarderingsreserve zodanig subjectgebonden dat deze niet op grond van de fiscale indeplaatstreding kan overgaan naar de verkrijgende rechtspersonen.1 De fiscale implicaties van deze opvatting zijn in de kern als volgt:2
Bij afsplitsingen worden de fiscale implicaties bepaald door de zelfstandige werking van art. 13ba Wet VPB 1969.
In het geval van zuivere splitsingen is een fiscaal gefaciliteerde splitsing alleen mogelijk op verzoek en geldt een standaardvoorwaarde.