Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.3.2.8
6.3.2.8 Speciale preventie
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS463254:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Voetnoten
Voetnoten
Daarbij merk ik op dat bijvoorbeeld het matigen n.a.v. het betuigen van spijt (zie bijvoorbeeld Hof Den Bosch 26 februari 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:625) vaak gestoeld lijkt te zijn op het doel van speciale preventie, omdat de belastingplichtige met de spijtbetuiging reeds blijk geeft van een zeker normbesef waardoor het speciaal-preventieve doel op dat moment al lijkt te zijn bereikt.
Hof Amsterdam 21 januari 2003, r.o. 5.4, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF4296 (V-N 2003/22.9).
Hof Den Bosch 10 mei 2012, r.o. 4.24, ECLI:NL:GHSHE:2012:BW8599.
Kamerstukken II, vergaderjaar 1973-1974, 13 050, nr. 3, p. 4. Zie bijvoorbeeld Hof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014 en 11 november 2014 (ECLI:NL:GHARL:2014:637 resp.ECLI:NL:GHARL:2014:8772). Overigens sluit de visie van de wetgever strafvermindering niet uit: Hoge Raad 10 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7216.
Zie Haas 2015, p. 257 e.v..
Hof Den Haag 23 april 2013, r.o. 7.8, ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9796. Zie bijvoorbeeld ook Hof Amsterdam 24 oktober 2007, r.o. 2.12, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC4190 en Hof Den Haag 26 juni 2009, r.o. 6.4, ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ1593.
De Van Dale heeft het over ‘behoorlijk’ en ‘gepast zijn’ (www.vandale.nl).
‘Geboden’ wordt dan ook vertaald als ‘vereist’ (www.vandale.nl).
Net als generale preventie richt speciale preventie zich op gedragsbeïnvloeding, zij het dan niet gericht op de samenleving als geheel maar gericht op de dader zelf. Bestraffing uit oogpunt van speciale preventie ziet op het voorkomen van crimineel gedrag van de dader in de toekomst. Bij strafrechtelijke sancties moet dan vooral gedacht worden aan vervangende hechtenis en de mogelijkheid van voorwaardelijke bestraffing. In het strafrecht is speciale preventie dus vooral van belang bij de keuze van het type straf(fen) en maatregelen (subsidiariteit) en de tenuitvoerlegging daarvan. Bij het bepalen van de hoogte van een individuele (geld)straf lijkt het doel van speciale preventie op voorhand minder relevant te zijn.
Speciale preventie wordt met enige regelmaat genoemd bij de straftoemeting van fiscale bestuurlijke boeten, en dan met name bij verzuimboeten.1 Zo oordeelde Hof Amsterdam dat de ‘specifieke preventieve werking’ van de verzuimenreeks – een vorm van strafverzwaring bij recidive (zie paragraaf 21 (oud) van het BBBB 1998) – geen effect sorteert wanneer die reeks geen logische opbouw kent.2 Daarbij merk ik op dat de vervanging van de verzuimenreeksen door standaardboeten geen wezenlijk effect lijkt te hebben gehad op de speciaal-preventieve werking van deze standaard verzuimboeten en de straftoemeting daarvan.3
Het doel van speciale preventie wordt ook frequent vermeld in rechtspraak over de 100%-betaalverzuimen in de sfeer van de motorrijtuigenbelasting (paragraaf 34 BBBB). Daarbij wordt ter rechtvaardiging van de hoogte van de boete veelal naar de overwegingen van de wetgever verwezen. De wetgever had namelijk bij de verhoging van 50% naar 100% opgemerkt dat de praktijk had uitgewezen dat ‘de preventieve werking van de boete onvoldoende is’.4
Normbevestiging en speciale preventie; vergrijpboeten
Hiervoor stelde ik dat normbevestiging een onderdeel is van het doel van algemene, generale preventie. Door in overeenstemming met de door de wetgever of beleidsmaker gestelde norm hoge, afschrikwekkende boeten op te leggen, wordt de norm richting de maatschappij bevestigd. Normbevestiging is echter ook een onderdeel van individuele bestraffing en straftoemeting als het gaat om speciale preventie, het streven naar toekomstige gedragsverbetering van de individuele betrokkene.
Als de rechter een oordeel moet vellen over de proportionaliteit van een boete, dan gebruikt hij bij het door hem vastgestelde, evenredige boetebedrag dikwijls de woorden ‘passend en geboden’.5 Daarbij verwijst hij bij vergrijpboeten regelmatig naar ‘normhandhaving’ ter onderbouwing van de strafmaat. Opmerkelijk is dat deze normhandhaving in het kader van het ‘passend en geboden’-oordeel door de rechter nadrukkelijk wordt gekoppeld aan het onderdeel ‘geboden’ en niet aan het onderdeel ‘passend’:
“De bij de navorderingsaanslagen en de naheffingsaanslag opgelegde, naar 25 percent verminderde, boeten, acht het Hof in dit geval passend, gelet op de aard van het vergrijp (de gebrekkige boekhouding), en geboden, uit een oogpunt van normhandhaving.”6
De termen ‘passend’ en ‘geboden’ hebben naar mijn mening een verschillende betekenis. ‘Passend’ verwijst enigszins naar het proces van op maat maken binnen een bepaalde marge.7 De term ‘geboden’ duidt echter meer in de richting van een harde ondergrens, een minimumstraf ter handhaving van de norm.8 Door normhandhaving onderdeel uit te laten maken van het criterium ‘geboden’, lijkt dit strafdoel dus in het individuele geval een zekere minimumstraf voor te schrijven.