Einde inhoudsopgave
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/3.3.1
3.3.1 Inleiding
mr. R.J. ter Rele, datum 01-10-2021
- Datum
01-10-2021
- Auteur
mr. R.J. ter Rele
- JCDI
JCDI:ADS491150:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
Voetnoten
Voetnoten
Een Hypothek in handen van de eigenaar wordt in de literatuur ook wel een ‘vorläufige Grundschuld’ genoemd (Jauernig/Berger BGB 2021, §1163, Rn. 1; MüKoBGB/Lieder BGB 2020, §1163, Rn. 4; Staudinger/Wolfsteiner BGB 2019, §1163, Rn. 5; Wolff-Raiser 1957, §144, II, p. 598).
Jauernig/Berger BGB 2021, §1163, Rn. 10; MüKoBGB/Lieder BGB 2020, §1163, Rn. 16; Staudinger/Wolfsteiner BGB 2019, §1163, Rn. 32.
In de Duitse literatuur bestaat discussie over het karakter van het Anwartschaftsrecht: MüKoBGB/Westermann BGB 2019, §449, Rn. 37-38; Staudinger/Bork BGB 2020, Vorbemerkungen zu §§158-163, Rn. 62-67; F. M.J. Verstijlen, annotatie onder HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1046, NJ 2016/290 (Rabobank/Reuser), nr. 8; Stolz 2015, p. 1022 e.v.
MüKoBGB/Lieder BGB 2020, §1191, Rn. 1; Staudinger/Wolfsteiner BGB 2019, §1191, Rn. 1; Baur/Stürner SachenR 2009, §36 Rn. 59.
§1080 en 1291 BGB; MüKoBGB/Lieder BGB 2020, §1191, Rn. 1; Staudinger/Wolfsteiner BGB 2019, Vorbemerkungen zu §§1191 ff., Rn. 2, §1191, Rn. 3.
§881 Abs. 1 BGB.
MüKoBGB/Kohler BGB 2020, §881, Rn. 2; Staudinger/S Heinze BGB 2018, §881, Rn. 1. Vgl. Jauernig/Berger BGB 2021, §879-882, Rn. 10-11; Everaars 2021, p. 202.
26. Volgens het BGB kan een eigenaar ten gunste van zichzelf zekerheidsrechten vestigen op zijn eigen zaak. Wordt een Hypothek gevestigd voor een toekomstige vordering, dan behoort de Hypothek toe aan de eigenaar van de bezwaarde zaak, zolang de vordering nog niet is ontstaan (§1163 Abs. 1 BGB).1 De toekomstig schuldeiser heeft een Anwartschaftsrecht op de Hypothek.2 Dit betekent dat de toekomstig schuldeiser een aanspraak heeft op de Hypothek die ook standhoudt in faillissement.3 De schuldeiser verkrijgt de Hypothek zodra zijn vordering ontstaat.
Een Grundschuld kan eveneens ten gunste van de eigenaar worden gevestigd (§1196 BGB). Een Grundschuld is een niet-afhankelijk zekerheidsrecht. Het geeft de rechthebbende de bevoegdheid verhaal te nemen op de bezwaarde zaak voor een bij de vestiging bepaald bedrag en is niet afhankelijk van een vordering (§1191 Abs. 1 BGB).4 De Grundschuld is een zelfstandig overdraagbaar recht en kan ook op haar beurt worden bezwaard met rechten van pand of vruchtgebruik.5
Voor andere beperkte rechten kent de Duitse wet geen regelingen op grond waarvan een eigenaar ten gunste van zichzelf beperkte rechten kan vestigen. Wel kan een eigenaar op grond van §881 BGB een Rangvorbehalt maken bij de vestiging van een beperkt recht:
“Der Eigentümer kann sich bei der Belastung des Grundstücks mit einem Recht die Befugnis vorbehalten, ein anderes, dem Umfang nach bestimmtes Recht mit dem Rang vor jenem Recht eintragen zu lassen.”6
De eigenaar behoudt zich – kort gezegd – de bevoegdheid voor een beperkt recht met een hogere rang te vestigen op zijn onroerende zaak. De opengelaten rang voor het nog niet gevestigde beperkte recht, lijkt materieel gezien veel op een beperkt recht ten gunste van de eigenaar.7
De vestiging van beperkte rechten op eigen onroerende zaken heeft zich in de rechtspraak verder ontwikkeld. Aanvankelijk stond de Duitse rechter daar afwijzend tegenover, buiten de gevallen die uitdrukkelijk in het BGB zijn geregeld. De rechtspraak is in de loop des tijds steeds soepeler geworden.