Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/18.2.2.1
18.2.2.1 Algemene uitgangspunten van ambtsplicht en dienstweigering
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS364546:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Pres. Rb. Zwolle 24 oktober 1984, KG 1984/334 en Melis/Waaijer 2012, par. 4.7.1.
Zie voor een helder overzicht Melis/Waaijer 2012, p. 44 e.v. waar een uitgebreide opsomming wordt gegeven van weigeringsgronden, waaronder het geval dat sprake is van strijd met de ambtsvoorschriften, wanneer handelingen een kennelijk onbehoorlijk doel hebben, het schijnhandelingen betreft, wanneer de rechtszekerheid in het geding is, de positie van derden wordt geschaad of wanneer er sprake is van conflicterende (leverings)rechten. Bij vlagen vind ik hem overigens wel heel beginselvast.
De notaris is verplicht de hem bij of krachtens de wet opgedragen of de door een partij verlangde werkzaamheden te verrichten. De notaris is echter verplicht zijn dienst te weigeren wanneer naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van hem wordt verlangd leidt tot strijd met het recht of de openbare orde, wanneer zijn medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben of wanneer hij andere gegronde redenen voor weigering heeft (21 leden 1 en 2 Wna).
In beginsel dient een notaris dus te doen wat hem krachtens de wet wordt opgedragen of door partijen van hem wordt verlangd. Hij mag overigens op grond van artikel 21 leden 3-5 Wna doorverwijzen naar een collega, al dan niet binnen de onderneming of het samenwerkingsverband waarvan hij deel uitmaakt, mits die het verzoek tot het verrichten van werkzaamheden aanvaardt. Daarmee is mogelijk dat een notaris zich specialiseert mits hij alle gevraagde notariële diensten die hij zelf niet kan of wil leveren, door een andere notaris kan laten verrichten. Overigens biedt de Verordening een uitwerking van artikel 21 Wna: de notaris dient zijn dienst te weigeren indien hij de redelijke overtuiging of het vermoeden heeft dat misbruik wordt gemaakt van juridische onkunde of feitelijk overwicht. Voorts is hij verplicht zijn dienst te weigeren indien hij de redelijke overtuiging of het vermoeden heeft dat de inhoud van de akte waarvoor zijn tussenkomst is ingeroepen in strijd is met de waarheid. De notaris is voorts verplicht zijn dienst te weigeren indien zijn medewerking wordt gevraagd aan het vaststellen van door hem niet controleerbare feiten (6 leden 1-3 Verordening). Niet zelden wordt de notaris door de ene partij op zijn ministerieplicht gewezen en wordt hij door de andere betrokken partij gewezen op het feit dat hij zijn dienst moet weigeren. Bij voorbaat is dan duidelijk dat wat de notaris ook doet, hij volgens een van partijen onjuist zal hebben gehandeld. Hij bevindt zich tussen Scylla en Charibdis.1 In gevallen waar de notaris meent niet tot een juiste afweging te kunnen komen, of in gevallen waarin de gevolgen van zijn handelen of nalaten grote nadelige consequenties kunnen hebben, voor hemzelf of voor een van betrokken partijen, kan hij de voorzieningenrechter vragen uitspraak te doen over de vraag of hij zijn medewerking, welke in veel gevallen zal bestaan uit het passeren van een notariële akte, al dan niet dient te verlenen.
Over de geoorloofdheid van dienstweigering is veel te schrijven.2 Ik beperk mij hier tot de behandeling van twee, naar ik meen meest relevante weigeringsgronden, te weten dienstweigering als de rechtszekerheid in het geding is en dienstweigering op grond van de zorgplicht jegens derden.