Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/3.3.4.1.1.2
3.3.4.1.1.2 De eenzijdige verklaring van trust
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717498:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:128 jo. 3:134 lid 2 BWC en MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, p. 5-6. Zie ook: Landsverordening tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek ter zake van de trust, Publicatieblad 2020, nr. 114 (onderdeel B), art. 3:127 lid 4 (nieuw) BWC.
MvT Landsverordening tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek ter zake van de trust, p. 1 en Ontwerp Landsverordening tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek ter zake van de trust, p. 1-2.
Landsverordening tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek ter zake van de trust, Publicatieblad 2020, nr. 114 (onderdeel B), art. 3:127 lid 4 (nieuw) BWC; Statenstukken 2017/18, 131, nr. 3 (MvT), p. 2. Volgens de Curaçaose wetgever is het onwenselijk dat voor zover het gaat om lokale goederen die onder trustverband worden geplaatst, geen overdrachtsbelasting wordt betaald wanneer een trust in het leven wordt geroepen door middel van een eenzijdige verklaring van trust, terwijl dat wel het geval is bij een overdracht ten titel van trust.
Uit de wettekst en de memorie van toelichting kan – zoals reeds is vermeld – worden afgeleid dat naast de overdracht ten titel van trust, het toevertrouwen op een tweede wijze kan geschieden, namelijk via de zogeheten eenzijdige verklaring van trust.1 Met de invoering van de eenzijdige verklaring van trust heeft de Curaçaose wetgever de Anglo-Amerikaanse ‘declaration of trust’ in het trustrecht willen incorporeren. Ingeval de insteller een keuze maakt voor de eenzijdige verklaring van trust geeft hij enkel aan dat hij, vanaf het moment van het afleggen van de verklaring, zelf als trustee zal fungeren van de onder trustverband geplaatste goederen ter verwezenlijking van een bepaald doel of ten behoeve van de begunstigde(n).
Op het moment dat de insteller een trust creëert door middel van een eenzijdige verklaring van trust is er mijns inziens – in tegenstelling tot de overdracht ten titel van trust – géén sprake van een eigendomsovergang.2 Immers, de trustgoederen maken reeds onderdeel uit van het vermogen van de insteller en hij heeft als volledige rechthebbende reeds de formele beschikkingsmacht. In dit geval kan derhalve geenszins worden gesproken van een verschuiving van de trustgoederen van de insteller naar de trustee. Door de eenzijdige verklaring van trust op te stellen, geeft de insteller aldus slechts aan dat hij, vanaf het moment van zijn wilsverklaring, de trustgoederen zal beheren in de hoedanigheid van trustee.
Wanneer er sprake is van een rechtsgeldige trust middels een eenzijdige verklaring, ontstaat de bundel van rechten, bevoegdheden en remedies – het recht van de begunstigde – die door de (potentiële) begunstigde wordt verkregen, op dezelfde wijze als het recht van begunstigde dat wordt verkregen bij de instelling van de trust door middel van een overdracht ten titel van trust. Voorts rijst, evenals bij de overdracht ten titel van trust, het probleem van de verkrijging van het recht van de begunstigde, indien de instelling van een trust ter verwezenlijking van een omschreven doel geschiedt.
De eenzijdige verklaring van trust wordt in het onderstaande schematisch als volgt afgebeeld:
Over het antwoord op de vraag hoe aan deze verklaring van trust vorm moet worden gegeven en in welk juridisch jasje deze moet worden gestoken, zweeg de Curaçaose wetgever aanvankelijk. Bij de inwerkingtreding van de Landsverordening trust in 2012 gaven de trustwetgeving en de memorie van toelichting evenmin aan of en op welke wijze een afgescheiden geheel van goederen via een eenzijdige verklaring tot stand diende te komen. Dit was onbegrijpelijk. Zou de instelling van de trust via een eenzijdige verklaring van trust op dezelfde wijze als in het Anglo-Amerikaanse recht worden ingekleed – hetgeen betekent dat er géén eigendomsovergang van de trustgoederen op het tijdstip van totstandkoming plaatsvindt – dan zou dat zonder een wettelijke basis indruisen tegen het gesloten stelsel van het Curaçaose goederenrecht. De mogelijkheid om goederen af te scheiden via een eenzijdige verklaring komt in titel 3.4.1 BWC niet voor.
Evenals bij de overdracht ten titel van trust heeft de Curaçaose wetgever een einde willen maken aan de onzekerheid ten aanzien van de eenzijdige verklaring van trust en derhalve duidelijkheid willen scheppen met betrekking tot deze wijze van toevertrouwen. Zoals reeds is opgemerkt, heeft de Curaçaose wetgever in 2020 een vierde lid aan art. 3:127 BWC toegevoegd.3 Het voornoemde lid luidt als volgt:
“4. Op de verkrijging door de trustee van het trustvermogen, anders dan door opvolging of toetreding als bedoeld in artikel 145, eerste lid, is afdeling 2 van titel 4 van toepassing. Dit geldt ook indien de insteller de trustee zal zijn.”4
De toevoeging wekt naar mijn mening de indruk dat zowel de overdracht ten titel van trust als een eenzijdige verklaring van trust door middel van een overdracht dient te geschieden.5 Het voorgaande kan als volgt worden geschetst:
De Curaçaose wetgever heeft met deze toevoeging in elk geval aan de eerste wijze van toevertrouwen, de overdracht ten titel van trust, invulling gegeven. Dat lijkt op het eerste gezicht evenzeer het geval te zijn voor de eenzijdige verklaring van trust. Echter, de vraag hoe aan de overdrachtshandeling in geval van de verklaring uitvoering moet worden gegeven, wordt door de wetgever niet beantwoord.
Uitgaande van de geciteerde wettekst en de memorie van toelichting op de Landsverordening tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek ter zake van de trust, kan de laatste volzin die betrekking heeft op de eerdergenoemde verklaring zo worden opgevat dat de insteller de onder trustverband geplaatste goederen aan zichzelf moet overdragen.6 Een dergelijke constructie acht ik goederenrechtelijk onmogelijk, gelet op het feit dat de insteller in het geval van een eenzijdige verklaring van trust reeds rechthebbende is en op basis hiervan al de formele beschikkingsmacht heeft over de trustgoederen. Dit brengt met zich mee dat de bovengenoemde handeling goederenrechtelijk niet realiseerbaar is, zodat er geen sprake is van een verschuiving van de goederen waarop een goederenrechtelijk verband is komen te rusten. Voor het bovengenoemde probleem zal een oplossing worden aangedragen in paragraaf 4.3.4.