Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.1:5.1 Inleiding
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS449868:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit slothoofdstuk zullen, mede aan de hand van de onderzoeksresultaten uit de vorige drie hoofdstukken, voorstellen worden ontwikkeld die zijn gericht op een verbetering van de wijze waarop bestuurlijk handelen door de commanditaire vennoot in Nederland wettelijk is geregeld. Allereerst zullen in 5.2 enige gedachten worden geformuleerd die beogen de gebreken te verhelpen die zijn aangetroffen in de huidige wettelijke regeling. Daarbij zal worden uitgegaan van de hypothese dat de traditioneel in Nederland voor het bestaan van het bestuursverbod aangevoerde gronden heden ten dage nog onverkort gelden en daarmee het huidige bestuursverbod in beginsel nog altijd in een behoefte voorziet. Of deze hypothese houdbaar is zal in 5.3 worden getoetst: geverifieerd zal worden of de gronden die voor het bestaan van het bestuursverbod worden aangevoerd in de huidige maatschappij nog altijd deugdelijk zijn. Naar aanleiding van de resultaten van deze analyse zal in 5.4 worden bepleit om bestuursdeelname door de commanditaire vennoot fundamenteel anders te benaderen. Daarbij zullen ook de gevolgen van deze andere benaderingswijze voor de wettelijke regeling van bestuursparticipatie door de commanditaire vennoot aan de orde komen. Deze studie wordt in 5.5 afgesloten met een samenvattende conclusie.