Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/2.5
2.5 Motieven voor omzetting
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS494031:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Deze opsomming heb ik deels ontleend aan L.C.A. Verstappen & M.J.G.C. Raaijmakers, Onderneming en overdracht onder algemene titel (Preadvies van de Vereeniging ‘Handelsrecht’), Deventer: Kluwer 2002, p. 7 en 8.
In dezelfde zin M.J.G.C. Raaijmakers, Ondernemingsrecht (Pitlo-serie deel 2), Deventer: Kluwer 2006, p. 506.
Zie voor twee concrete gevallen waarin een omzetting voorafging aan een juridische fusie: de casus van HR 5 december 2003, nr. C02/177HR (Stichting Standvast Wonen) en Rb. Rotterdam 18 februari 2004, nr. HAZA03-1324, JOR 2004/100 (Optas Pensioenen). In de casus van Rb. Zwolle 21 november 2003, nr. HARK03-61, JOR 2004/68 (Stichting Het Gastouderbureau) was het weliswaar de bedoeling dat de stichting na omzetting in een BV zou fuseren met een andere BV, maar de rechter wees de omzetting af.
De motieven om tot een omzetting over te gaan zijn van uiteenlopende aard. Voorkoming van ontbinding door de rechter, zoals uiteengezet in paragraaf 2.4 hiervóór, is er slechts één van. Een dergelijk motief mag worden verwacht van rechtspersonen die wat betreft functioneren al (te) veel weg hebben van de rechtsvorm ná omzetting.
In het algemeen zijn motieven voor een rechtsvormwijziging gelegen in aanpassing aan de veranderde behoeften. Deze behoeften kunnen van juridische, organisatorische, economische of fiscale aard zijn. Ondernemingen vertonen veelal een levenscyclus van eenmanszaak, vennootschap onder firma tot uiteindelijk een aan een effectenbeurs genoteerde NV. Zonder volledig te zijn, kunnen verschillende motieven worden genoemd: de beperking van aansprakelijkheid, het behoud van het initiatief en de controle bij de oprichters, de beperking van de belastingdruk, de vermijding van onnodige bureaucratie, de beperking van organisatiekosten, de flexibiliteit van de organisatie, de financiering en de mogelijkheden om samen te werken met anderen.1 Zo vond bijvoorbeeld in de casus van Rb. Zwolle 7 februari 2003, nr. HARK02-78, JOR 2004/2 (Icare Thuiszorgwinkels BV) de omzetting van een stichting in een BV plaats met het oog op de integratie van diverse instellingen op het gebied van de gezondheidszorg. In Hof ’s-Hertogenbosch 22 december 1994, nr. 397/ 94RO.IDV, S&V 1995, p. 19 motiveerde een (woning)vereniging de omzetting in een stichting met de noodzaak beleids- en beheerzaken strikter te scheiden. In de casus van Rb. Zwolle 21 november 2003, nr. HARK03-61, JOR 2004/68 (Stichting Het Gastouderbureau) betrof het ‘de professionalisering van de bedrijfsvoering’ die onder invloed van ontwikkelingen in de branche noopte tot de omzetting van een stichting in een BV. En met de omzetting van een pensioenstichting in een NV werd in de casus van Rb. Rotterdam 18 februari 2004, nr. HAZA03-1324, JOR 2004/100 (Optas Pensioenen) mede een verruiming beoogd van de bestedingsmogelijkheden van het stichtingsvermogen alsmede de vruchten daarvan. Daarvoor is wel rechterlijke toestemming vereist (art. 2:18 lid BW). Onder omstandigheden gaat de rechter akkoord met een andere besteding dan bij de stichting vóór de omzetting in een andere rechtsvorm was voorgeschreven (zie hierover uitgebreid par. 2.8.7.2 hierna).
In het kader van een juridische fusie vervult de omzettingsregeling ex art. 2:18 BW een praktische functie. Rechtsvormwijzigende juridische fusies, dat wil zeggen fusies met gelijktijdige omzetting van de rechtsvorm, bijvoorbeeld een vereniging die fuseert met een coöperatie die gelijktijdig de rechtsvorm aanneemt van een vereniging of een BV, zijn niet mogelijk.2 Met behulp van een omzetting op de voet van art. 2:18 BW kan ervoor worden gezorgd dat de voor een juridische fusie in beginsel vereiste identieke rechtsvormen ontstaan.3 Uitgangspunt blijkens art. 2:310 lid 1 en 3 BW is namelijk dat uitsluitend rechtspersonen met dezelfde rechtsvorm juridisch kunnen fuseren (waarbij de NV en de BV als rechtspersonen met dezelfde rechtsvorm worden aangemerkt). Ook in het kader van een grensoverschrijdende juridische fusie op basis van de Verordening van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE), nr. 2157/2001 kan een omzetting van pas komen. Deze grensoverschrijdende juridische fusie staat slechts open voor vennootschappen van het NV-type. Door middel van de omzetting van een niet kwalificerend type rechtspersoon in een NV, kan echter eenvoudig aan deze rechtsvormeis worden voldaan.