Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.4.4
6.4.4 Voorstel tot wijziging van de Vo-BIIbis
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS436739:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
COM(2005) 82 def. Besproken door A.E. Oderkerk, 'Het Groenboek inzake het toepasselijke recht en de rechterlijke bevoegdheid in echtscheidingszaken. Een beschrijving en analyse van het Groenboek en de daarop gegeven reacties van belanghebbenden', NIPR 2006, p. 119-128.
COM(2005) 82 def., p. 11. Terzijde kan worden opgemerkt dat dezelfde vraag is gesteld in het Groenboek van de Europese Commissie inzake internationaal erfrecht en testamenten (COM(2005) 65 def.). Het antwoord van de Nederlandse regering is als volgt (Kamerstukken 112005/06, 22 112, 414): 'Mocht daaraan [forum non conveniens-verwijzing, Fl] behoefte blijken te bestaan, dan zou een mogelijkheid van verwijzing van een zaak naar de instanties van een andere lidstaat, naar het voorbeeld van artikel 15 van de verordening «Brussel Mis» en de artikelen 8 en 9 van het op 19 oktober 1996 te 's-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Trb. 1997, 299) kunnen worden overwogen.'
COM(2005) 82 def., p. 11.
De antwoorden van de lidstaten op de vragen uit het Groenboek zijn te raadplegen op
Kamerstukken II 2005/06, 22 112, nr. 413, p. 6 (Brief v.d. Minister van Justitie).
Een van de respondenten (European Women Lawyers Association, Rapport, p. 6) heeft een forum necessitatis-bevoegdheid voorgesteld die bijv. als volgt zou kunnen luiden: Where this regulation does not provide any jurisdiction in the Member States of the European Union, and a procedure in a third State is not possible or unacceptable, the tribunals or the authorities in a Member State are competent, when this Member State has a sufficient connection with the facts of the case.'
Voorstel voor een Verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2201/2003 wat de bevoegdheid betreft en tot invoeging van regels inzake toepasselijk recht in huwelijkszaken (COM(2006) 399 def.).
COM(2006) 399 def., p. 3.
Op 14 maart 2005 is door de Europese Commissie een groenboek gepresenteerd met vragen over de rechtsmacht en het toepasselijke recht in internationale echtscheidingen.1 Hierin stelt de Europese Commissie onder andere de vraag aan de orde of de lidstaten het wenselijk vinden dat een forum non conveniens-regeling wordt geïntroduceerd in procedures van echtscheiding. Een dergelijke regeling zou het mogelijk moeten maken dat het bevoegde gerecht van een lidstaat de echtscheidingsprocedure, op verzoek van de verweerder, in uitzonderlijke omstandigheden en onder strikte voorwaarden kan verwijzen naar het gerecht van een andere lidstaat waarmee het echtpaar een nauwe band heeft. In verband met de rechtszekerheid zou dan vooraf een lijst van aanknopingspunten kunnen worden vastgesteld (zoals de laatste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van de echtgenoten terwijl een van hen nog steeds daar verblijft, of de lidstaat waarvan beide echtgenoten de nationaliteit hebben), op basis waarvan bepaald kan worden met welke lidstaten het echtpaar een nauwe band heeft.2 Het introduceren van forum non conveniens zou eventueel een oplossing kunnen bieden voor de problemen van forumshopping waartoe art. 3 Vo-BIl(bis) in bepaalde gevallen aanleiding geeft.3
Is het wenselijk dat de bevoegdheidsregels van de Vo-Brussel Ilbis ter zake van echtscheiding worden aangevuld met een forum non conveniens? Een meerderheid van de lidstaten heeft te kennen gegeven hiervan geen voorstander te zijn, met uitzondering van bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en Slowakije.4 Het uitgangspunt van de Nederlandse regering is dat een dergelijke verwijzingsmogelijkheid niet zou moeten bestaan, 'aangezien deze het verloop van een zaak ernstig kan compliceren.' Dat is anders warmeer de echtscheidingsrechter tevens geroepen wordt om te oordelen over de ouderlijke verantwoordelijkheid, en voor dat laatste aspect een forum non conveniens-verwijzing wordt overwogen. Volgens de Nederlandse regering zou dan de overdracht van de gehele zaak (echtscheiding en ouderlijke verantwoordelijkheid) naar de gerechten van een andere lidstaat 'de zaak vereenvoudigen.'5 Toegegeven zij dat de uitgebreide bevoegdheidscatalogus in art. 3 Vo-BIIbis mogelijk kan leiden tot forumshopping; de verordening biedt partijen, of een van hen, een scala aan fora alwaar de echtscheidingsprocedure aanhangig kan worden gemaakt. Dat komt de voorspelbaarheid van rechtsmacht niet ten goede. Ik vraag mij echter af of de oplossing hiervan gevonden moet worden in een forum non conveniens-verwij zing. Ik denk dat een forum non conveniens juist meer onzekerheid in het bevoegdheidssysteem teweeg zou brengen en dat om deze reden ervan moet worden afgezien om het leerstuk voor echtscheidingszaken te introduceren. Het lijkt mij passender om de oplossing te vinden in een beperking van de bevoegdheidscatalogus voor de echtscheiding.6
Het Groenboek heeft geleid tot het voorstel van de Europese Commissie van 17 juli 2006 tot wijziging van de Vo-Brussel Bbis.7 Het voorstel beoogt een duidelijk en allesomvattend rechtskader te bieden voor huwelijkszaken binnen de Europese Unie alsmede de burgers geschikte oplossingen te geven op het gebied van rechtszekerheid, voorspelbaarheid, flexibiliteit en toegang tot de rechter.8 De voorgestelde wijzigingen hebben uitsluitend betrekking op echtscheidingsprocedures. De rechtsmachtregeling wordt onder andere aangevuld met een beperkte mogelijkheid van forumkeuze. De echtgenoten kunnen schriftelijk overeenkomen dat een of meer instanties van een lidstaat bevoegd zijn in procedures betreffende echtscheiding, op voorwaarde dat de echtgenoten een nauwe band met die lidstaat hebben omdat (a) een van de in art. 3 Vo-BIIbis opgenomen bevoegdheidscriteria van toepassing is, (b) het gaat om de lidstaat waar de echtgenoten gedurende minimaal drie jaar hun laatste gemeenschappelijke verblijfplaats hadden of (c) een van de echtgenoten onderdaan van die lidstaat is (art. 3 bis). Gezien de antwoorden van de lidstaten op de vragen uit het Groenboek verbaast het niet dat de Commissie geen forum non conveniens-regeling voor echtscheidingszaken heeft geïntroduceerd. Wel bevat het voorstel een regeling met betrekking tot het toepasselijke recht in echtscheidingszaken (art. 20 bis-20 sexies). In het vervolg van dit hoofdstuk blijft het wijzigingsvoorstel van de Commissie verder onbesproken.