Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/IV.5.4.3:IV.5.4.3 De wet
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/IV.5.4.3
IV.5.4.3 De wet
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460434:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bij toerekening krachtens schuld zouden dergelijke stoornissen wel in de weg staan aan toerekening. De stoornissen vormen wel aanleiding om in de omvangsfase schadevergoedingsverplichting te matigen. Zie met verdere verwijzingen Asser/Sieburgh 6-IV 2019/116a e.v.
Van Zeben & Du Pon 1981, p. 627; Jansen, in: GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 10.3; Asser/Sieburgh 6-IV 2019/116a.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten tweede is toerekening van een onrechtmatige daad ook mogelijk aan de dader, wanneer de oorzaak krachtens de wet voor zijn rekening komt. Deze toerekeningsgrond wordt in de praktijk zelden gebruikt en gaat alleen op in betrekkelijk specifieke situaties die in het kader van dit proefschrift niet ter zake doen. Zo bepaalt artikel 6:165 BW dat psychische of fysieke stoornissen geen beletsel vormen om een onrechtmatige daad aan de dader toe te rekenen.1
Merk op dat de kwalitatieve aansprakelijkheden van artikel 6:169 BW e.v. geen uitwerking van artikel 6:162 lid 3 zijn, maar zelfstandige grondslagen voor aansprakelijkheid tot schadevergoeding.2