Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.11:6.11 Erf in de zin van art. 5:62
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.11
6.11 Erf in de zin van art. 5:62
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487224:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 7 maart 1979, NJ 1980, 116 (WMK); HR 11 maart 1981, NJ 1982, 76 (WMK); De Jong 1995, p. 73.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
‘Erf’ in art. 5:62 lid 1 is naar mijn oordeel synoniem aan ‘onroerende zaak’. Vruchtgebruik, rechten van gebruik en/of bewoning en erfpacht kunnen niet gelden als erf. De vrijstaande muren die al dan niet (mede) op kosten van de vruchtgebruiker, de gebruiks-bewoningsgerechtigde of de erfpachter worden gebouwd worden mede-eigendom van de bloot eigenaar en de buurman-eigenaar. Het beperkte recht strekt zich vervolgens uit tot het gebruik/genot van de desbetreffende muur (art. 3:207, 3:226, 5:89).
Indien een eigenaar een deel van zijn erf in erfpacht uitgeeft en vervolgens tussen deze twee nieuwe erven een vrijstaande muur wordt aangebracht, ontstaat geen mandeligheid. Immers de eigenaar van de erven wordt door natrekking eigenaar van de muur.
Zou een opstalrecht wel als erf kunnen worden aangemerkt?
Twee situaties kunnen worden onderscheiden:
De eigenaar van een perceel grond dat door middel van een vrijstaande muur is afgescheiden van het naburige perceel grond geeft zijn perceel in opstal uit, in die zin dat de opstaller een vrijstaand huis mag bouwen. Wordt de opstaller eigenaar van de mandelige muur?
De opstaller als hiervoor bedoeld bouwt in overleg met de buurman een vrijstaande muur. Wie is eigenaar?
Naar mijn oordeel is of wordt in beide gevallen de eigenaar van de grond mede-eigenaar van de muur. Het gebruiksrecht van de opstaller zal, voor zover bij de uitgifte van het opstalrecht niets daarover is bepaald, overeenkomen met het gebruiksrecht van de erfpachter. Aldus meen ik aan te sluiten bij de visie van de Hoge Raad.1
Een ander voorbeeld. A is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning. Hij vestigt een opstalrecht op deze woning ten behoeve van B. Wie is eigenaar van de tussenmuur? Ik ben van mening dat B als opstalhouder mede-eigenaar van de tussenmuur wordt.