Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming
Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/3.3.1:3.3.1 Werkwijzen en bedrijfsmodellen van platforms
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/3.3.1
3.3.1 Werkwijzen en bedrijfsmodellen van platforms
Documentgegevens:
Hanneke Bennaars, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Hanneke Bennaars
- JCDI
JCDI:ADS288465:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ter Weel e.a. 2020, p. 6, figuur 2.2.
Verbiest e.a. 2020.
Zie voor een voorbeeld het platform Charly Cares (oppaswerk) dat een dergelijk samenwerkingsverband met ABN AMRO heeft afgesloten ten behoeve van de via het platform werkende oppassen: https://www.deondernemer.nl/innovatie/technologie/charly-cares-directe-online-uitbetaling-oppasplatform~2535493.
SER Verkenning 20/09, p. 35-38.
Krüger 2018.
Zie ook het hoofdstuk van N. Zekić.
SER Verkenning 20/09, p. 31-34.
Zie hierover ook Kloostra2020.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Verschillen
Meerdere empirische onderzoeken hebben de verschillen tussen platforms in kaart gebracht of gecategoriseerd. Zo onderscheidt SEO Economisch Onderzoek1 op basis van gegevens over de werkenden in de kluseconomie de volgende diensten die door platforms worden aangenomen: vervoer (personen, pakketten, maaltijden), huishoudelijke dienstverlening (schoonmaak, oppas, uitlaatservice, tuinonderhoud), personeel (in verschillende sectoren), zorgdiensten, professionele dienstverlening. TNO2 onderscheidt in zijn verkennend onderzoek naar sectoren het niveau van vaardigheden die aangeboden worden, het verschil tussen geplande taken en ‘on demand’-taken en de verhouding tot traditionele markten.
Het aantal betrokken partijen kan verschillen. Het minimum is drie partijen: het platform, de werkende en de afnemer. Bij maaltijd- of pakketbezorging is ten minste sprake van vier partijen. Ook het restaurant of de verkoper/verzender van het product is dan partij. Veel platforms gebruiken een separate elektronische betaaldienst, een vijfde betrokken partij. Een verdergaande financiële service is ‘factoring’. De werker die als zelfstandige te boek staat heeft een vordering op zijn opdrachtgever voor betaling van de overeengekomen vergoeding. Is sprake van ‘factoring’, dan neemt een financiële dienstverlener deze vorderingen, inclusief het debiteurenrisico, over van de werkende en draagt zorg voor inning. De werkende betaalt hiervoor een vergoeding, maar krijgt daar directe betaling voor terug.3 Het is niet altijd duidelijk in hoeverre werkenden kunnen kiezen om al dan niet van deze dienst gebruik te maken.
Ook de wijze waarop het werk wordt verdeeld onder de werkenden kan verschillen. De SER onderscheidt in zijn Verkenning drie varianten.4 Er zijn platforms waarbij het platform selecteert welke werkende de taak of klus krijgt. Dit is veelal het geval bij vervoersdiensten (taxi of maaltijdbezorging). Het verschilt of werkenden zelf mogen kiezen of ze beschikbaar zijn of dat ze de klus mogen of kunnen weigeren. Een tweede mogelijkheid is dat de uiteindelijke afnemer van de dienst bepaalt welke werkende de klus of taak krijgt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een platform als Werkspot, een platform voor vakmensen, bij huishoudelijk dienstverlening of bij platforms die gericht zijn op horeca. Het kan zijn dat het platform, op basis van de door de klant opgegeven voorkeuren een voorselectie maakt. In hoeverre daarbij een algoritme of ratings een rol spelen is niet altijd bekend. Een derde manier om het werk te verdelen is dat de werker die als eerste reageert op een aanbod of openstaande klus, de klus ook krijgt. Dat bedrijfsmodel wordt vaak gebruikt bij crowdwork (dat buiten het bestek van dit hoofdstuk valt), maar ook bij platforms die bijvoorbeeld slimme energiemeters plaatsen in huishoudens. Het is wel zo dat het platform (al dan niet met behulp van een algoritme) kan beslissen welke opdrachten voor wie zichtbaar zijn.
In dezelfde Verkenning onderscheidt de SER ook drie manieren waarop het tarief wordt vastgesteld: het platform bepaalt (en krijgt commissie in de vorm van verdiensten of een vast bedrag per transactie), de klant bepaalt of de werkende bepaalt, waarbij soms het platform een minimum stelt. In vrijwel alle gevallen betalen de gebruikers voor de diensten van het platform. Dat kunnen de werkende zijn, de klanten of allebei. In paragraaf 3.4.6 ga ik in op de vraag of dat in alle gevallen mag.
Overeenkomsten
Platforms hebben gemeen dat sprake is van ten minste drie partijen: het platform, de werkende en de klant. De contractuele verhoudingen worden vaak, zo niet altijd, geregeld via algemene voorwaarden.5 Voor vrijwel alle platforms, met uitzondering van de platforms die een arbeidsovereenkomst hebben gesloten met de werkenden, geldt dat wachttijd tussen de verschillende klussen niet wordt betaald.6 De SER7 benoemt verder onder meer de volgende gemene delers: zoveel mogelijk gebruikers (werkenden en afnemers) zijn een voorwaarde en het verzamelen en verwerken van data is belangrijk voor het bedrijfsmodel. Vraag en aanbod van een dienst (of arbeid) wordt bij elkaar gebracht via een internetapplicatie waarbij een algoritme een rol speelt en veel platforms maken gebruik van dynamisch prijzen en van ratings als kwaliteitsmaatstaf. Het algoritme kan naast andere prikkels ook een rol spelen bij het ‘sturen’ van de gebruikers (werkenden en afnemers), ook wel algoritmisch management genoemd.8