Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/8.2.6:8.2.6 Toezicht uit hoofde van de Wet toezicht Europese subsdies
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/8.2.6
8.2.6 Toezicht uit hoofde van de Wet toezicht Europese subsdies
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De laatste vorm van bestuurlijk toezicht die in dit hoofdstuk zal worden besproken, is het toezicht uit hoofde van de Wet toezicht Europese subsidies (Wet TES). Deze wet uit 2002 bevat een aanwijzingsbevoegdheid voor ministers omtrent de rechtmatige en doelmatige besteding van Europese subsidies (art. 3 Wet TES). Omdat lidstaten krachtens Europees recht eveneens (financieel) aansprakelijk zijn voor misstappen van hun decentrale overheden, voorziet art. 4 Wet TES in de mogelijkheid eventuele nadelige fmanciële gevolgen voor het Rijk van een aansprakelijkstelling af te wentelen op het (decentrale) overheidsorgaan dat de misstap heeft begaan. Dit kan geschieden door middel van het betalen van een forfaitaire som, een dwangsom of het terugbetalen van de ontvangen Europese subsidie.1
Inmiddels is een intrekking van de Wet TES ophanden. Thans ligt het wetsvoorstel Naleving Europees recht publieke entiteiten (NErpe) in de Eerste Kamer. Dit wetsvoorstel gaat aanzienlijk verder dan de huidige Wet TES en voorziet — onder meer — in een taakverwaarlozingsregeling die het voor ministers mogelijk maakt namens de gemeente publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtshandelingen, alsmede feitelijke handelingen te verrichten (art. 5 wetsvoorstel NErpe). Opvallend genoeg maakt dit voorgestelde artikel geen onderscheid tussen gemeentelijk nalaten in autonomie dan wel in medebewind. Sterker nog: als het reguliere — op medebewind toegespitste — taakverwaarlozingsregime uit art. 124 Gemeentewet toereikend is, dient dit artikel te worden toegepast. Dat betekent dat art. 5 van het wetsvoorstel NErpe vooral van toepassing zal zijn bij autonome taakverwaarlozing. Dit stuit op dezelfde bezwaren die kunnen worden ingebracht tegen art. 201 Gemeentewet. Het punt is namelijk dat art. 5 van het wetsvoorstel op geen enkele manier duidelijk maakt dat de in dat artikel vervatte mogelijkheden tot ingrijpen alleen zullen worden toegepast bij grovelijke verwaarlozing. Ook hier moet worden opgemerkt dat een taakverwaarlozingsregeling ten aanzien van autonome bevoegdheidsuitoefening alleen is toegestaan wanneer sprake is van deze grovelijke verwaarlozing. Het voorgestelde artikel is derhalve veel te ruim geformuleerd. Door De Kruif is — op juist deze gronden terecht geconstateerd dat dit voorstel ongrondwettig is.2