Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.3.2:5.3.2 Het juridisch kader
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.3.2
5.3.2 Het juridisch kader
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel 2 lid 1 onder a Verordening (EU) 473/2013.
Zie Fasone & Griglio 2012 en de daarin opgenomen verwijzingen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Richtlijn 2011/85/EU, het Fiscal Compact, de gemeenschappelijke beginselen van de Commissie en Verordening (EU) 473/2013 bevatten regels over de taak van de onafhankelijke instellingen die belast zijn met het toezicht op de cijfermatige begrotingsregels. Deze eisen overlappen elkaar grotendeels.
Volgens artikel 6 lid 1 onder b Richtlijn 2011/85/EU moeten de cijfermatige begrotingsregels waarover de lidstaat dient te beschikken volgens artikel 5 van die richtlijn informatie bevatten over ‘de effectieve en tijdige monitoring van de inachtneming van de regels (…) door onafhankelijke instanties’. Volgens artikel 5 Richtlijn 2011/85/EU dienen de lidstaten te beschikken over cijfermatige begrotingsregels die in het bijzonder betrekking hebben op de naleving van referentiewaarden van het tekort en de schuld zoals is vastgesteld overeenkomstig het VWEU, en op de inachtneming van de middellange termijndoelstelling. Artikel 5 lid 1 Verordening (EU) 473/2013 stelt daarnaast dat onafhankelijke instanties zowel toezien op de naleving van de cijfermatige begrotingsregels met betrekking tot de middellange termijndoelstelling zoals is neergelegd in het Stabiliteits- en Groeipact als toezien op de cijfermatige begrotingsregels zoals bedoeld in artikel 5 Richtlijn 2011/85/EU. Volgens artikel 3 lid 2Fiscal Compact hebben de door de Commissie opgestelde gemeenschappelijke beginselen inzake het correctiemechanisme ook betrekking op ‘de taak en de onafhankelijkheid van de instellingen die op nationaal niveau verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de in lid 1 bedoelde regels’. De onafhankelijke instanties dienen volgens het Fiscal Compact dus toezicht te houden op de aangescherpte regel van begrotingsevenwicht inclusief het correctiemechanisme.
In de gemeenschappelijke beginselen worden vervolgens nadere eisen gesteld aan de wijze waarop deze onafhankelijke instellingen zijn betrokken bij het correctiemechanisme. Volgens beginsel 7 stellen deze onafhankelijke instellingen publiektoegankelijke oordelen op over ten eerste het optreden van omstandigheden waaronder het correctiemechanisme in werking moet treden, ten tweede de voortgang dan wel de overeenstemming van de correctie volgens de nationale regels en plannen en ten derde over het optreden van omstandigheden voor de inwerkingtreding, verlenging en afsluiting van de ontsnappingsclausules. De lidstaat moet gevolg geven aan de beoordelingen van deze instellingen of publiekelijk uitleggen waarom er geen gevolg aan wordt gegeven. Deze eisen omtrent het toezicht op het correctiemechanisme zijn overgenomen in artikel 5 Verordening (EU) 473/2013. In lid 2 van dit artikel staat dat de onafhankelijke instellingen toezicht houden op de nationale begrotingsregels en daarbij in ieder geval de bovenstaande zaken beoordelen. Daarnaast worden in de gemeenschappelijke beginselen nog een aantal eisen gesteld aan het garanderen van de onafhankelijkheid van de instellingen, bijvoorbeeld door het garanderen van een wettelijk verankerde status. Ook dit is overgenomen in Verordening (EU) 473/2013.1
Doel van het instellen van onafhankelijk begrotingstoezicht op nationaal niveau is het versterken van het eigenaarschap van de regels en het versterken van de nationale budgettaire kaders. In de literatuur is dan ook uitgebreid aangetoond dat instanties belast met onafhankelijk begrotingstoezicht, mits wordt voldaan aan verschillende voorwaarden zoals onafhankelijkheid, kunnen bijdragen aan het voeren van gezond begrotingsbeleid in een land.2