Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/6.2.2
6.2.2 Soorten vergaderingen en beslissing bijeenroepen vergadering
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708351:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Sinds de inwerkingtreding van de WMF kunnen meerdere verificatievergaderingen worden gehouden op grond van artikel 108 Fw.
Was de procedure al aanhangig bij een andere instantie, dan wordt de procedure daar voortgezet (art. 29 Fw). Zijn de schuldenaar en de wederpartij arbitrage of bindend advies overeengekomen, dan wordt aangenomen dat in arbitrage of bij bindend advies beslist moet worden over toelating van de vordering. Zie Wessels Insolventierecht V 2020/5207. Voor een voorbeeld waarin de rechtbank oordeelde dat ook een andere schuldeisers is gebonden aan een arbitraal beding, zie Rechtbank Noord-Nederland 29 juni 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:2580.
Artikel 4 Recofa-richtlijnen 15 april 2021.
Zie hierover nader par. 4.3.2.
Zie reeds Molengraaff 1914, p. 355. Volgens Van Galen is ook in het faillissement van Fokker verzuimd de vergadering te raadplegen over de instelling van een schuldeiserscommissie. Zie Van Galen, TvI 2000, afl. 7.
Zie voor deze term Wessels Insolventierecht IV 2020/4291.
Aldus reeds Polak 1918, p. 557 en 558.
Ook vorderingen die wel tijdig waren ingediend maar niet op de verificatievergadering aan de orde zijn gekomen konden op deze vergadering worden geverifieerd. Aldus HR 19 november 2010, NJ 2011/403 (Vivendi/Schimmelpenninck q.q.), r.o. 5.2. Omdat tegenwoordig meerdere verificatievergaderingen kunnen worden gehouden, is het belang van deze uitspraak thans beperkt.
Wat mogelijk was op grond van artikel 186 Fw (oud), ook als een schuldeiser simpelweg verzuimd had de vordering tijdig in te dienen. Zie daarover HR 22 februari 1937, NJ 1937/571.
Ook de term ‘bezemvergadering’ komt voor. Zie bijvoorbeeld HR 19 november 2010, NJ 2011/403 (Vivendi/Schimmelpenninck q.q.), r.o. 3 onder ix en Van Buchem-Spapens & Pouw 2018, par. VIII.4.
Zie bijvoorbeeld Van der Schee & Nowee 2016, par. 10.5.13.
HR 19 mei 1989, NJ 1989/784, r.o. 3.2.
Rechtbank Haarlem 14 juni 2012, RI 2012/96 (Elliott c.s.).
Vergelijk artikel 81 lid 1 Fw. Zie aldus ook in het kader van het pluraliteitsvereiste dat geldt voor de faillissementsaanvraag HR 4 juni 1923, NJ 1923, p. 948 (American Express/Haagsche Bestuurdersbond).
Rechtbank Alkmaar 11 februari 1929, NJ 1930, p. 367. Een dergelijke beoordeling werd bijvoorbeeld verricht in Rechtbank Haarlem 14 juni 2012, RI 2012/96 (Elliott c.s.).
Van der Feltz II 1896, p. 43 (‘Er is geen aanleiding om noodelooze aanvragen of wel misbruiken te duchten; gewoonlijk zijn er geen grooter vijanden van het maken van kosten, dan de schuldeischers. En waar vijf hunner, die een vijfde der schulden hebben te vorderen, het verzoek doen, kan men daar aannemen, dat er geen voldoende reden zou zijn voor eene vergadering?’).
Gispen 2009, p. 64.
Zie over dat probleem Van Galen, TvI 2000, afl. 7, voetnoot 41.
Verstijlen, GS Faillissementswet, art. 84 Fw, aant. 4 (laatst bijgewerkt: 4 december 2021); Wessels Insolventierecht IV 2020/4298. Pannevis lijkt te menen dat het wel mogelijk is voor de verificatievergadering een schuldeisersvergadering te houden. Zie Pannevis 2019, nr. 520.
Van der Feltz II 1896, p. 38.
Er staat wel bij dat de noodzaak tot het houden van een vergadering in dit stadium van het faillissement niet aannemelijk is.
Oppedijk van Veen en Leferink pleiten ervoor dat ook voor de verificatievergadering schuldeisersvergaderingen kunnen worden gehouden. Voor die vergaderingen dienen net als voor de verificatievergadering alle bekende schuldeisers te worden opgeroepen. Vanwege het woord kunnen is voor mijn niet duidelijk of zij menen dat ook naar huidig recht schuldeisersvergaderingen gehouden mogen worden voorafgaand aan de verificatievergadering. Zie Oppedijk van Veen & Leferink, FIP 2020/266, p. 42.
Verificatievergadering
In een faillissement kunnen verschillende schuldeisersvergaderingen worden gehouden. De vergadering die het vaakst voorkomt is de verificatievergadering. Tijdens de verificatievergadering(en)1 worden de ingediende vorderingen voorgelegd en kunnen deze vorderingen betwist worden door de curator, andere schuldeisers en de gefailleerde. Als de curator of een andere schuldeiser een vordering betwist op grond van artikel 119 Fw en het lukt partijen niet een schikking te treffen, dan worden partijen verwezen naar renvooiprocedure waar in beginsel de rechtbank beslist over de toelating van de vordering.2 Alleen als een uitkering kan worden gedaan aan de concurrente schuldeisers, vindt een verificatievergadering plaats.3 Is dat niet mogelijk, dan wordt het faillissement opgeheven bij gebrek aan baten (art. 16 Fw) of vereenvoudigd afgewikkeld (art. 137a Fw e.v.).4
De curator brengt tijdens de verificatievergadering verslag uit over de stand van de boedel en geeft alle inlichtingen die door de schuldeisers worden verlangd (art. 137 lid 1 Fw).5 De schuldenaar kan een akkoord aanbieden, waarover in beginsel tijdens de verificatievergadering wordt gestemd (art. 138 Fw). Verder stemmen de schuldeisers, of nu wel of niet een voorlopige commissie is benoemd, over de instelling van een definitieve schuldeiserscommissie (art. 75 Fw) en kan worden gestemd over de voortzetting van het bedrijf (art. 173a en 173b Fw). Over de voortzetting van het bedrijf kan ook op een latere schuldeisersvergadering worden gestemd. De rechter-commissaris, die de vergadering voorzit, is verplicht de vergadering te raadplegen over de instelling van een schuldeiserscommissie, maar in de praktijk doet dat rechter-commissaris dat niet altijd.6 Nadat de vorderingen zijn geverifieerd op de verificatievergadering, kunnen andere schuldeisersvergaderingen worden gehouden.
Andere schuldeiservergaderingen
De wet noemt naast de verificatievergadering een aantal andere vergaderingen. Zo kan op een andere vergadering dan de verificatievergadering worden gestemd over het akkoord (art. 141 Fw) en over de voortzetting van het bedrijf (art. 173a lid 3 en 173c Fw). Op grond van artikel 178 Fw kan de rechter-commissaris een schuldeisersvergadering beleggen om de schuldeisers te raadplegen over de wijze van vereffening van de boedel. Tot slot kan de rechter-commissaris op grond van artikel 84 Fw, op eigen initiatief of op verzoek van de schuldeiserscommissie of vijf schuldeisers die ten minste een vijfde van de geverifieerde schulden vertegenwoordigen, een ‘buitengewone’7 schuldeisersvergadering bijeenroepen.
Andere vergaderingen dan de verificatievergadering worden niet vaak gehouden.8 In het verleden kwam de vergadering op grond van artikel 178 Fw nog met enige regelmaat voor. Momenteel is het doel van deze artikel 178-vergadering om de schuldeisers te raadplegen over de wijze van vereffening van de boedel, maar voorafgaand aan de inwerkingtreding van de WMF konden te laat ingediende vorderingen op deze vergadering alsnog worden geverifieerd.9 Om te voorkomen dat diverse schuldeisers ter verificatie verzet instelden tegen de uitdelingslijst,10 werd met name in grotere faillissementen een zogenaamde ‘bezemwagenvergadering’11 belegd op grond van artikel 178 Fw.12 Met de WMF is een zogenaamde bar date opgenomen in artikel 127 Fw, op basis waarvan vorderingen in beginsel veertien dagen voor de dag van de (eerste) verificatievergadering moeten worden ingediend. De bezemfunctie is daarmee komen te ontvallen aan de vergadering op grond van artikel 178 Fw en daarom tekstueel uit het artikel geschrapt. In de regel is het niet zinvol na de verificatievergadering nog een vergadering te houden over de vereffening, omdat de vereffening op de verificatievergadering veelal grotendeels is voltooid en de schuldeisers zich, als dat niet het geval is, tijdens de verificatievergadering over de wijze van vereffening kunnen uitlaten.13 Aan een vergadering op grond van artikel 178 Fw zal daarom tegenwoordig niet vaak behoefte bestaan.
Verzoek oproeping schuldeisersvergadering
In beginsel beslist de rechter-commissaris of, wanneer en in welke vorm een schuldeisersvergadering wordt gehouden. Schuldeisers hebben niet de bevoegdheid een beslissing uit te lokken van de rechter-commissaris over het houden van een schuldeisersvergadering op grond van artikel 178 Fw.14 De schuldeiserscommissie en ten minste vijf schuldeisers die ten minste een vijfde van de erkende en voorwaardelijk toegelaten vorderingen vertegenwoordigen zijn wel bevoegd de rechter-commissaris te verzoeken een buitengewone schuldeisersvergadering bijeen te roepen (art. 84 lid 1 Fw).
De (minimaal vijf) schuldeisers die het verzoek tot het houden van een buitengewone vergadering doen, mogen aan elkaar gelieerd zijn.15 Het is mijns inziens echter niet mogelijk het aantal van vijf schuldeisers te creëren door een deel van de vordering te cederen.16 Het verzoek moet met redenen zijn omkleed, waaruit volgt dat de rechter-commissaris en in hoger beroep de rechtbank moet beoordelen of het nodig is een vergadering bijeen te roepen.17 Uit de wetsgeschiedenis valt wel op te maken dat het verzoek van ten minste vijf schuldeisers tot het houden van een buitengewone vergadering niet snel geweigerd zou moeten worden.18 Gispen neemt, naar mijn mening terecht, hetzelfde standpunt in ten aanzien van een verzoek van de schuldeiserscommissie.19
Geen schuldeisersvergadering voor de verificatievergadering
Voordat een verificatievergadering is gehouden, kunnen schuldeisers niet worden ontvangen in een verzoek op grond van artikel 84 Fw tot het bijeenroepen van een schuldeisersvergadering. Het probleem is niet zozeer dat schuldeisers niet weten of ze twintig procent van de totale schuldenlast vertegenwoordigen omdat curatoren niet voldoen aan de verplichting van artikel 96 en 97 Fw om zo snel mogelijk een crediteurenlijst bij de griffie te deponeren.20 Het probleem is fundamenteler: de verzoekers moeten twintig procent van de erkende en voorwaardelijk toegelaten vorderingen vertegenwoordigen, terwijl de erkenning en voorlopige toelating van vorderingen geschiedt op de verificatievergadering (art. 121 Fw).
Om dezelfde reden kan de rechter-commissaris geen gebruik maken van zijn discretionaire bevoegdheid om een bijzondere schuldeisersvergadering bijeen te roepen of dat te doen op verzoek van de voorlopige schuldeiserscommissie.21 Uit artikel 84 lid 2 jo. 82 Fw volgt namelijk dat de erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers worden opgeroepen voor de vergadering, terwijl er voor de verificatievergadering nog geen erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers zijn.22 De toelichting op artikel 81 en 82 Fw leidt tot verwarring, omdat daarin staat dat niet gestemd kan worden op vergaderingen die voor de verificatievergadering worden gehouden.23 Dat impliceert, naar mijn mening ten onrechte, dat naar geldend recht toch een vergadering kan worden gehouden voorafgaand aan de verificatievergadering.24 De verificatievergadering vormt logischerwijs een uitzondering op de regel dat (uitsluitend) stemgerechtigde schuldeisers worden opgeroepen. Op grond van artikel 115 Fw (zie ook art. 109 Fw) worden alle bekende schuldeisers opgeroepen voor de verificatievergadering.25