Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.3.4.1
8.3.4.1 Wat valt onder het begrip voordelen
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS399464:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor een uitgebreide uiteenzetting van het begrip zie ook N. Herzig, Aktuelle Entwicklungen bei §8b KStG und §3c EStG, DB 2003, blz. 1459-1467.
Liquidatieuitkeringen worden als dividend aangemerkt voor zover zij niet als een terugbetaling van het op de aandelen gestorte kapitaal kunnen worden aangemerkt.
Dat geldt ook voor leningen verstrekt aan deelnemingen waarin tenminste een belang van 25% wordt gehouden, tenzij belastingplichtige aantoont dat een derde deze lening ook zou hebben verstrekt. Zie hoofdstuk 7.3.2.
JStG 2007, 13 december 2006, BGBl I 06, 2878.
AmtshilfeRLUmsG, 26 juni 2013, BGBl. I 13, 1809. Zie hieromtrent Becker/Loose: Zur geplanten Ausdehnung des materiellen Korrespondenzprinzips auf hybride Finanzierungen, IStR 2012, 758.
Op grond van §8b Abs. 1 KStG worden de voordelen genoemd in §20 Abs. 1, nr. 1, 2, 9 en 10, letter a EStG uit een vennootschap vrijgesteld.1 De genoemde inkomsten in de Einkommensteuergesetz betreffen onder andere (verkapte) dividenduitkeringen, liquidatie-uitkeringen2 en andere vergoedingen uit de desbetreffende vennootschap. Op grond van §8b Abs. 2 KStG worden vervreemdingswinsten objectief vrijgesteld. Als keerzijde geldt ook dat afwaarderingsverliezen of vervreemdingsverliezen niet aftrekbaar zijn (§8b Abs. 3 KStG).3
Vanaf 13 december 2006 is een regeling ingevoerd die er voor zorgt dat de deelnemingsvrijstelling op verkapte dividenden alleen van toepassing is voor zover deze niet in aftrek zijn gekomen op het inkomen van de uitkerende vennootschap.4 Op 26 juni 2013 is deze regeling (§8b Abs. 1 KStG) uitgebreid en geldt dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is ten aanzien van voordelen uit een dochtermaatschappij voor zover het desbetreffende voordeel in aftrek is gekomen bij de uitkerende vennootschap (Korrepondenzprinzip).5 De uitbreiding is ingevoerd om het gebruik van hybride financieringsstructuren tegen te gaan.