Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/1.6.2
1.6.2 Overig
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS363905:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie NieuweWeme 2004, p. 39 (voetnoot 130) voor verwijzingen. Dat het verplicht bod het functioneren van de kapitaalmarkt als zodanig zou verstoren is niet gebleken in het Verenigd Koninkrijk dat sinds jaar en dag een biedplicht combineert met een florerende kapitaalmarkt, zie reeds Basaldua 1996, p. 256. Idem NieuweWeme 2004, p. 39. Hierbij moet evenwel bedacht worden dat de effecten van de biedplicht variëren al naar gelang zij geldt in een kapitaalmarkt die wordt bevolkt door vennootschappen met geconcentreerd dan wel gespreid aandelenbezit, zie nader Davies 2002, p. 15.
Zie onder meer: Hopt 2014, p. 167-168; Marccus/CEPS 2012 – Takeover Bids Directive Assessment Report, p. 289; Sjåfjell 2011, p. 695; Sepe 2010; Jennings 2005, p. 37-64 en Enriques 2004, p. 448. Zie in relativerende zin Davies 2002, p. 13-14 wijzend op mogelijkheden om de verplicht bod-regel dusdanig te structureren dat dit negatieve effect vermeden wordt. Positiever is Schuster 2013, 529- 563, die er onder meer op wijst dat een volledig vrije market for corporate control ook niet steeds efficiënt is. Zie ook Hopt 2014, p. 149 e.v.
Zie voor een onderzoek Marccus/CEPS 2012 – Takeover Bids Directive Assessment Report, p. 289-299. Hierbij moet bedacht worden dat het effect van de verplicht bod-regeling moeilijk te meten is (vgl. p. 290 van genoemd onderzoek). Bovendien, als gevolg van de financiële en economische crisis kan betwijfeld worden of de eerste jaren van de verplicht bod-regeling voldoende representatief zijn, vgl. het memorandum bij een motie van het Europees Parlement van 6 december 2012 (2012/2262 (INI)).
Vgl. over de neiging daartoe Stevens 2006, p. 24.
Zie daarover onder meer: Beckers 2010-1, p. 110-114 en Leliveld 2007.
Idem De Vlaam 2006, p. 601 (voetnoot 20).
Zie nader over overleg tussen bij een openbaar bod betrokken partijen tegen de achtergrond van de voorwetenschapsregels Van der Vegt 2012, p. 670-672 en Doorenbos 2008, p. 886-887.
Dit onderzoek gaat niet over de verplicht bod-regeling als zodanig, maar over de daarvan deel uitmakende acting in concert-regeling. Uiteraard is het onvermijdelijk om op bepaalde aspecten van de “gewone” biedplicht in te gaan.
De merites van de verplicht bod-regeling blijven buiten beschouwing. Of de biedplicht leidt tot marktverstoring1 en/of waardeverhogende acquisities ontmoedigt2 zal nader onderzoek over een langere periode3 moeten uitwijzen.
Aandeelhouderssamenwerking kan in bijzondere situaties marktmanipulatie opleveren, bijvoorbeeld indien in discussies met het bestuur de kring van samenwerkende aandeelhouders groter wordt voorgesteld dan zij in werkelijkheid is.4,5
Overleg tussen aandeelhouders kan ook vragen rond voorwetenschap opleveren.6 In mijn onderzoek komt dit aspect selectief aan de orde.7
Het onderzoek is afgesloten op 1 januari 2016. Ontwikkelingen nadien zijn slechts incidenteel verwerkt.