De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht
Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/3.6.1:3.6.1 Inleiding
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/3.6.1
3.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631779:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf zal kort het recht van Curaçao worden besproken. Wat het rechtspersonenrecht van Curaçao betreft zijn er twee gevallen waarin de wet – waar het gaat om het leerstuk aansprakelijkheid – een quasi-bestuurder op gelijke wijze behandelt als een formele bestuurder:
indien een commerciële rechtspersoon failleert (art. 2:16 BWC); en
de gelijkstelling met bestuurders van een NV of BV van personen die, niet deel uitmakende van het bestuur van de vennootschap, voor zekere tijd of onder zekere omstandigheden, al dan niet krachtens een voor de vennootschap geldende regeling, het beleid van de vennootschap bepalen of mede bepalen als ware zij bestuurders (art. 2:138/248 BWC).
Deze twee gevallen zullen hierna worden besproken, terwijl ook zal worden ingegaan op de aansprakelijkheid buiten faillissement. Voor de volledigheid wijs ik er op dat de wet wat betreft de grote NV nog een specifieke regeling kent voor degene die de inhoud van de jaarrekening geheel of gedeeltelijk heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder: die persoon wordt met een bestuurder gelijkgesteld voor wat betreft de aansprakelijkheid voor schade die is voortgevloeid uit een misleidende jaarrekening (art. 2:125 lid 3 BWC). Deze aansprakelijkheid geldt bij de grote NV en tevens in geval van vrijwillige toepassing van dit regime. Dit geval zal hier verder niet worden besproken.