De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht
Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/3.6.4:3.6.4 De aansprakelijkheid van de quasi-bestuurder buiten faillissement
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/3.6.4
3.6.4 De aansprakelijkheid van de quasi-bestuurder buiten faillissement
Documentgegevens:
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631778:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Karapetian (2019), nr. 2.4. Zie ook Westenbroek (2017).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de aansprakelijkheid jegens de rechtspersoon (onrechtmatige daad) en de aansprakelijkheid in het geval dat de rechtspersoon is gefailleerd (aansprakelijkheid jegens de boedel), kan een quasi-bestuurder ook aansprakelijk zijn jegens derden zonder dat de rechtspersoon failliet is verklaard. De grondslag voor deze aansprakelijkheid is de onrechtmatige daad zoals geregeld in de artikelen 6:162 e.v. BW. Gedacht kan worden aan de quasi-bestuurder die de voldoening van de vordering van een derde frustreert, of die namens de rechtspersoon maar zonder daartoe bevoegd te zijn een rechtshandeling met een derde aangaat die de rechtspersoon niet wil of kan nakomen, of aan het geval dat door een doen of laten van de quasi-bestuurder ernstige schade aan goederen van een derde wordt toegebracht. In deze gevallen is de maatstaf van ernstig verwijt van toepassing.
Inzake formele bestuurders wordt in de literatuur gediscussieerd over de vraag of de hoedanigheid van de betrokkene relevant is, en hoe moet worden vastgesteld of in hoedanigheid is gehandeld. Karapetian1 stelt bijvoorbeeld de vraag of het zonder vergunning (laten) lozen van afvalwater plaatsvindt in het kader van de bestuurlijke taakvervulling, en of het veroorzaken van een bestuurder van een ernstig verkeersongeval terwijl hij op weg is naar een zakelijke afspraak binnen de bestuurlijke taakvervulling valt. Deze vragen zijn ook in relatie tot quasi-bestuurders van belang in verband met het al dan niet van toepassing zijn van de maatstaf van ernstig verwijt.