Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.3.4.1:6.3.4.1 Inleiding
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.3.4.1
6.3.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186596:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. de titel van A. van Hees 1989: “De achtergestelde vordering, in het bijzonder de achtergestelde geldlening.”
Zie art. 7:129e BW en Verdaas 2018, p. 73.
Zie daarover de hoofdstukken zeven en negen, i.h.b. par. 7.3.4, 9.2.2.3 en 9.2.3.3.
Verdaas 2018, p. 78.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
311. Veel achtergestelde vorderingen vloeien voort uit overeenkomsten van geldlening.1 Overeenkomsten van geldlening voorzien doorgaans in een eigen regime voor het opeisbaar maken van de vordering tot terugbetaling van de hoofdsom. Tijdens de looptijd van de lening is die vordering niet opeisbaar. Die vordering kan door de geldlener echter opeisbaar worden gemaakt door de lening op te zeggen.2
Overeenkomsten van geldlening kennen de geldlener doorgaans ruime bevoegdheden toe om de geldlening op te zeggen. Door dat tijdig te doen kan de geldlener voorkomen dat de schuldenaar het uitgeleende bedrag besteedt op een manier die er niet toe leidt dat de schuldenaar later in staat is om het terug te betalen. Als de junior van een dergelijke opzegbevoegdheid gebruikmaakt en het door hem verstrekte vermogen succesvol weet terug te vorderen voordat de senior is voldaan dan wordt de achterstelling feitelijk beëindigd.
Oneigenlijke achterstellingen beogen echter te voorkomen dat de juniorvordering wordt nagekomen voordat de seniorvordering volledig is nagekomen. Dat is in het belang van de senior. Zolang de middelen die de junior aan de schuldenaar heeft verstrekt binnen het vermogen van de schuldenaar blijven kan de senior daar eventueel verhaal op nemen.
De contractuele regeling voor de opzegging en opeising van een geldlening staat dus op gespannen voet met de oneigenlijke achterstelling daarvan. De eerste regeling dient de belangen van de junior-geldlener, de tweede dient de belangen van de senior. Die belangen staan haaks op elkaar wanneer de schuldenaar niet in staat is om beide vorderingen te voldoen of het zover dreigt te komen.
In deze paragraaf staat de verhouding tussen de achterstelling en de contractuele of wettelijke regeling voor opeising van de geldlening centraal. Het doel hiervan is om de gevolgen te bepalen van de combinatie van die regimes voor de opeising van een achtergestelde vordering die voortvloeit uit een overeenkomst van geldlening.
Omdat de overeenkomst van geldlening vaak ook de achterstelling regelt wordt die hierna ook wel aangeduid als de overeenkomst van geldlening en achterstelling.
Deze paragraaf is beperkt tot de verbintenis tot terugbetaling van de hoofdsom en de verbintenissen tot betaling van rente voor zover die onder hetzelfde regime van opeisbaarheid vallen. Voor de verbintenissen tot periodieke rentebetalingen of gedeeltelijke aflossing worden soms aparte regimes overeengekomen. Die vorderingen zijn lang niet altijd achtergesteld wanneer de vordering tot terugbetaling van de hoofdsom dat wel is. De bijzondere wettelijke regeling voor opeising van vorderingen tijdens faillissement van de schuldenaar komt hier niet aan bod.3
Naast overeenkomsten van geldlening kunnen ook andere vergelijkbare overeenkomsten een achterstelling bevatten, zoals een overeenkomst tot verstrekking van een rekening-courantkrediet. De contractuele regelingen voor de beëindiging van een rekening-courantkrediet lijken sterk op de regelingen voor overeenkomsten van geldlening.4 Daarom komen die hierna niet apart aan bod.