Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/1.3.3:1.3.3 Bepalen van de transactiewaarde bij opeenvolgende verkopen
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/1.3.3
1.3.3 Bepalen van de transactiewaarde bij opeenvolgende verkopen
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258324:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 128, lid 1, UDWU.
Vgl. W. de Wit, Customs Valuation Under the UCC: Further Guidance Needed?, EC Tax Review 26(6), p. 317-322; M.L. Schippers, A series of sales: determining the Customs Value Under the Union Customs Code, GTCJ 13(2), 36-48; M.L. Schippers, Van first-sale naar last-sale: het bepalen van de relevante verkooptransactie onder het Douane Wetboek van de Unie, Wfr 2019/94, p. 562-572.
Zie aangehaalde literatuur onder voetnoot 33.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij internationale goederenstromen is het gebruikelijk dat opeenvolgende transacties plaatsvinden alvorens de goederen ten invoer worden aangegeven, zelfs nadat de goederen het land van uitvoer hebben verlaten. Vastgesteld moet dan worden welke transactie als ‘verkoop voor uitvoer’ kan worden aangemerkt. Dit raakt gelijk aan de daaropvolgende vraag wat de reikwijdte van het begrip ‘verkoop’ is. Immers, indien geen verkoop kan worden onderkend vanuit douanerechtelijk oogpunt, zal de douanewaarde moeten worden bepaald overeenkomstig één van de alternatieve methoden ter bepaling van de douanewaarde.
Indien meer dan één transactie kan worden aangemerkt als ‘verkoop voor uitvoer’ is het van belang om vast te stellen welke daarvan in aanmerking genomen moet worden voor het bepalen van de douanewaarde. Dit is om diverse redenen van belang. Ten eerste heeft het mogelijk gevolgen voor de wijze waarop de douanewaarde wordt vastgesteld. Zoals in onderdeel 1.3.4 uiteengezet wordt, maakt het namelijk verschil of een transactie plaatsheeft tussen verbonden of niet-verbonden personen. Indien een transactie tussen verbonden partijen wordt genomineerd als grondslag voor het bepalen van de douanewaarde, zal namelijk moeten worden aangetoond dat de relatie tussen de verbonden partijen de prijs niet heeft beïnvloed. Indien daarin niet wordt geslaagd, moet de grondslag van de douanewaarde overeenkomstig een alternatieve waarderingsmethode worden vastgesteld. Ten tweede heeft het nomineren van een transactie financiële gevolgen. Het gebruik van een eerdere transactie in de goederenketen zal namelijk in beginsel met zich brengen dat de grondslag van de douanewaarde lager is met als gevolg dat potentieel minder invoerrechten zijn verschuldigd.
Voor het bepalen van de transactiewaarde bij opeenvolgende verkopen is in het DWU gekozen om aan te sluiten bij het ‘last-sale’principe. Dit concept berust op het uitgangspunt dat de douanewaarde moet worden vastgesteld op basis van de verkoop die plaats heeft gevonden onmiddellijk voordat de goederen het douanegebied zijn binnengebracht.1 De uitwerking van dit principe in theorie en praktijk lijkt nadere sturing nodig te hebben om optimaal te functioneren.2 Daarnaast speelt de vraag of het last-sale principe in conformiteit met de CVA is vastgesteld.Zeker in de tijd dat de Europese Commissie in zijn richtsnoeren het ‘domestic sale’ concept hanteerde zonder dat daaraan een wettelijke basis ten grondslag lag.3 Kort gezegd hield een domestic sale in dat een verkoop tussen twee in de Europese Unie gevestigde partijen niet als verkoop voor uitvoer kwalificeerde onder het last-sale principe. De introductie en het inmiddels afgeschafte domestic sale concept maakte de vestigingsplaats van partijen bepalend voor het identificeren van de relevante verkoop voor uitvoer bij opeenvolgende verkopen, terwijl uit eerder gewezen jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt dat de vestigingsplaats van de bij de verkoop betrokken partijen er niet aan in de weg mag staan dat een transactie als verkoop voor uitvoer kan worden aangemerkt.4