Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/1.2.1.1
1.2.1.1 Implementatie tweede elektriciteits- en gasrichtlijnen
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS618496:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn 2003/54/EG, 26 juni 2003, inzake gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG en Richtlijn 2003/55/EG, 26 juni 2003, inzake gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van richtlijn 98/30/EG.
Stb. 2004, 328.
Kamerstukken II 2003/04, 29 372.
Zie bijvoorbeeld artikel 10 van de Elektriciteitsrichtlijn: 'Wanneer de transmissiesysteembeheerder deel uitmaakt van een verticaal geïntegreerd bedrijf moet hij, althans met betrekking tot zijn rechtsvorm, organisatie en besluitvorming, onafhankelijk zijn van andere, niet met transmissie verbandhoudende activiteiten.' Dit artikel houdt echter geen expliciete verplichting in om de eigendom van de activa van het transmissiesysteem af te scheiden van het verticaal geïntegreerde bedrijf.
Stb. 2007, 13.
In juni 2003 zijn de hierboven genoemde elektriciteits- en gasrichtlijnen ingetrokken en hiervoor zijn nieuwe richtlijnen (ook wel: tweede elektriciteits- en gasrichtlijnen genoemd)1 in de plaats gekomen en door middel van de I&I-wet (Implementatie-en Interventiewet)2 in wetgeving geïmplementeerd.3 Uit deze richtlijnen vloeit een juridische scheiding voort tussen het netbeheer enerzijds en de activiteiten als productie, handel en levering anderzijds, wat betekent dat het netbeheer en de commerciële activiteiten in afzonderlijke juridische entiteiten moeten worden ondergebracht. Deze scheiding die in de richtlijnen werd voorgeschreven en moe(s)t leiden tot waarborging van de onafhankelijkheid van de netbeheerder, was in Nederland al in de Elektriciteitswet 1998 en Gaswet opgenomen bij wijziging van deze wetten in respectievelijk 1998 en 2000. De I&I-wet hoefde daarom de juridische scheiding niet te implementeren, met als enige uitzondering het beheer van het landelijk gastransport-net. Hoewel Nederland dus al voldeed aan de eisen betreffende de juridische splitsing,4 wenste de minister nog een stap verder te gaan. De I&I-wet bevatte namelijk tevens maatregelen ter verzekering van een adequaat (zelfstandig) beheer van netten. Het betrof onder meer de eis dat de netbeheerder dient te beschikken over de economische eigendom van het door hem beheerde net. Deze eis was een instrument om de netbeheerder zelfstandiger te maken ten aanzien van de groepsmaatschappijen waarmee hij verbonden is want, aldus de wetgever, wanneer een netbeheerder niet beschikt over de economische eigendom van het net dan kan hij afhankelijk zijn van de neteigenaar voor financiering van de uitvoering van de wettelijke taken. Het risico bestaat dat daardoor noodzakelijke investeringen worden uitgesteld, terwijl de netbeheerder wel volledig verantwoordelijk is voor de juiste uitvoering van de wettelijke taken. Bij wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet is inmiddels de overdracht van de economische eigendom van de netten aan de netbeheerder geregeld in respectievelijk artikel 10a Elektriciteitswet en artikel 3b Gaswet. De inwerkingtreding van deze artikelen werd eerst nog uitgesteld in verband met de op handen zijnde (verdergaande) splitsing van het beheer enerzijds en productie, handel en levering anderzijds; op 1 januari 2008 zijn genoemde artikelen echter in werking getreden.5
Bij de parlementaire behandeling van de I&I-wet is aangegeven dat, naast de juridische splitsing én de beschikking over de economische eigendom, nog (extra) regels ter waarborging van de onafhankelijkheid van het netbeheer nodig zijn. De onafhankelijkheid van activiteiten als productie, handel en levering was met de overdracht van de economische eigendom aan de netbeheerder immers nog niet volledig geborgd, aldus de wetgever.