Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.4.1
6.4.1 Het juridische karakter van de BV
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS399109:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2006-2007, 31 058, nr. 4, blz. 6.
Zaman, D.F.M.M. (2004), 'De vennootschap (titel 7.13 BW): een hybridisch schepsel dat uitstekend past in de flexibilisering van het ondernemingsrecht', WPNR 04/6583, blz. 499506.
D.F.M.M. Zaman (2008), Warakterverschillen tussen de flexibele BV en de personenvennootschap', in: J.M.M. Maeijer (2008), 'Flexibele rechtsvormen', Serie vanwege het van der Heijden instituut, Deventer: Kluwer, blz. 26.
Artikel 2:228 lid 3 BW.
Artikel 2:201 lid 3 BW.
Artikel 2:216 lid 5 en 2:228 lid 5 Wetsvoorstel flex-BV. In het oorspronkelijke Wetsvoorstel was dit neergelegd in Artikel 2:216 lid 7.
Vgl: Zaman, D.F.M.M. (2004), supra noot 66, blz. 499-506.
De BV en de OV/OVR hebben een verschillend juridisch karakter. De OV en OVR zijn contractuele rechtsvormen die gebaseerd zijn op een persoonsgebonden samenwerking. De BV is een door het rechtspersonenrecht geregelde vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal en is gericht op het behalen van geldelijk voordeel voor de aandeelhouders.1 Bij de BV wordt de enige mogelijkheid om te participeren gecreëerd door het inbrengen van kapitaal. Een aandeel is een bijzonder vorderingsrecht en vertegenwoordigt niet een contractuele aanspraak maar een nominale waarde en leidt afhankelijk van het soort aandeel tot een economische deelgerechtigdheid.2 De statuten kunnen niet als contract worden aangemerkt. In beginsel is iedere toekomstige aandeelhouder aan de statuten gebonden door verwerving van aandelen.3 De BV heeft derhalve een institutioneel karakter, waarbij samenwerking niet is vereist. Dit komt onder andere tot uiting in de mogelijkheid een BV op te richten met een enkele aandeelhouder.
Uitgangspunt bij de BV is dat aan alle aandelen in verhouding tot hun bedrag gelijke rechten en verplichtingen zijn verbonden.4 Dit betekent niet dat binnen de BV per definitie een gelijkwaardige positie tussen de participanten aanwezig is. Dit komt onder andere terug in de stemrechtverhoudingen en de winstuitkering. Het stemrecht van een aandeelhouder is afhankelijk van de nominale waarde van zijn aandelen.5 Indien de ene aandeelhouder een grotere nominale waarde aan aandelen bezit dan de andere aandeelhouder, zal de eerste aandeelhouder derhalve een grotere stem hebben in de besluitvorming en ontstaat er ongelijkheid. Aan bepaalde aandelen kunnen door de vennootschap bijzondere zeggenschapsrechten worden verbonden, de zogenoemde prioriteitsaandelen.6 Op grond van artikel 2:228 van het Wetsvoorstel flex-BV kunnen de statuten bepalen dat bepaalde aandelen recht geven op het uitbrengen van meer dan een stem (meervoudig stemrecht), al dan niet voor bepaalde besluiten of dat aan bepaalde aandelen voor bepaalde besluiten geen stemrecht is verbonden. In het Wetsvoorstel flex-BV is opgenomen dat bepaald kan worden dat aandelen van een bijzondere soort of aanduiding, geen of slechts beperkt recht geven tot deling in de winst of reserves van de vennootschap, mits deze aandelen wel stemrecht hebben.7 Het onpersoonlijke karakter van de BV wordt in het Wetsvoorstel flex-BV nog verder benadrukt door het facultatief maken van de blokkeringsregeling.8