Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/20.5.1:20.5.1 Ongeoorloofde betalingen geen rechtvaardiging voor achterstelling
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/20.5.1
20.5.1 Ongeoorloofde betalingen geen rechtvaardiging voor achterstelling
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS404678:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Amerikaanse, Duitse en Nederlandse literatuur is gewezen op het risico dat een aandeelhouder van zijn informatievoorsprong en invloed gebruik maakt om zijn lening aan de vennootschap te doen aflossen als haar faillissement dreigt. Hoewel dit een reëel gevaar is, kan dat de achterstelling van aandeelhoudersleningen niet rechtvaardigen. Ten eerste betreft het hier niet een probleem dat uitsluitend opgeld doet bij financiering door aandeelhouders; ook derden – zoals banken – kunnen vanwege hun wetenschap en invloed op het bestuur de door hen verstrekte leningen doen terugbetalen als zij een deconfiture voorzien. Daarnaast houdt de schade die de crediteuren door dergelijke betalingen lijden, geen verband met de omvang van de aandeelhouderslening. Achterstelling van de aandeelhouderslening is voor deze ongeoorloofde betalingen daarom geen passende sanctie.