Het recours objectif, een herwaardering
Einde inhoudsopgave
Het recours objectif, een herwaardering (SteR nr. 56) 2022/6.6:6.6 Grotere rol van discretionaire bevoegdheden
Het recours objectif, een herwaardering (SteR nr. 56) 2022/6.6
6.6 Grotere rol van discretionaire bevoegdheden
Documentgegevens:
mr. B. Assink, datum 01-09-2022
- Datum
01-09-2022
- Auteur
mr. B. Assink
- JCDI
JCDI:ADS675408:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Recent daarover Huisman & Jak 2019.
Kamerstukken II 1991-1992, 22 495, nr. 3, p. 31. Zie ook Donner 1948, p. 41-42.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met betrekking tot de sterke positie van bestuursorganen ten opzichte van de bestuursrechter is waar het gaat om beschikkingen vooral de grotere rol van discretionaire bevoegdheden relevant, omdat bestuursorganen hier ruimere ‘eigen’ oordelen toekomen in vergelijking met meer gebonden bestuursbevoegdheden. Hierbij gaat het om de vraag hoe een bestuursorgaan omgaat met het gebruik van een bestuursbevoegdheid (beleidsruimte), en het naar eigen inzicht beoordelen of feiten vallen onder wettelijke begrippen (beoordelingsruimte).1 De gedachte hierbij is dat de toepassing van de wet in het concrete geval met voldoende deskundigheid en actuele inzichten geschiedt, en rekening wordt gehouden met alle betrokken belangen. Kortom, dat de toepassing van de wet zoveel mogelijk aansluit bij de omstandigheden van het geval.
Een belangrijk vliegwiel voor de toename van het aantal (ingrijpende) discretionaire bevoegdheden is de behoefte aan het leveren van maatwerk die vooral sinds de opbouw van de verzorgingsstaat in de tweede helft van de 20e eeuw is ontstaan. Wetgevende organen laten daarom vaker de concrete invulling van de wet over aan bestuursorganen. Ook kennis- en capaciteitsaspecten brengen de wetgever ertoe om bestuursorganen beleids- en beoordelingsruimte te geven. De Awb-wetgever spreekt in dat verband van een toegenomen “manoeuvreerruimte” van bestuursorganen.2