Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/2.3.4.3
2.3.4.3 Administratieplicht (1994)
mr. drs. C.M. Harmsen, datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180365:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 8 november 1993 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Koophandel en enige andere wetten terzake van het voeren van een administratie, Stb. 1993, 598.
Wet van 8 november 1993 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Koophandel en enige andere wetten terzake van het voeren van een administratie, Stb. 1993, 598.
Zie paragraaf 2.2.4.
Zie paragraaf 2.3.3.
Kamerstukken 23 024, Tweede Kamer, vergaderjaar 1992-1993, nr. 3 (MvT), p. 1.
Per 1 januari 1994 luidde het gewijzigde artikel 2:10 lid 1 BW als volgt:1
“Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de rechtspersoon en van alles betreffende de werkzaamheden van de rechtspersoon, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend.”
Twee jaar na de verplaatsing van de boekhoudverplichting van artikel 2:14 (oud) BW naar artikel 2:10 BW werd dit artikel met ingang van 1 januari 1994 inhoudelijk aanzienlijk gewijzigd met de invoering van de Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Koophandel en enige andere wetten terzake van het voeren van een administratie.2 Met de inwerkingtreding van deze wet per 1 januari 1994 verviel tevens artikel 6 WvK3 en werd artikel 3:15a BW (thans: 3:15i BW) ingevoerd4. Met deze wijziging per 1 januari 1994 heeft artikel 2:10 lid 1 BW de ook thans nog van toepassing zijnde inhoud gekregen.
Hetgeen ik in paragraaf 2.3.3.1 onderzocht voor de wijziging van artikel 3:15a BW geldt ook voor de wijziging van artikel 2:10 BW. Met de wetswijziging per 1 januari 1994 beoogde de wetgever enerzijds een modernisering van het artikel en anderzijds ook een uitbreiding van de verplichting. De nieuwe terminologie “administratieplicht” en “administratie voeren” is meer dan slechts een semantische wijziging ten opzichte van de oude terminologie van “boekhoudplicht” en “aantekening houden”.5
De in artikel 2:10 lid 1 BW aan een rechtspersoon opgelegde verplichting tot het voeren van een adequate administratie is verruimd met ingang van 1 januari 1994. Het bestuur is niet langer uitsluitend verplicht om – in de oude terminologie – aantekening te houden van de vermogenstoestand van de rechtspersoon, maar wordt nu – in de nieuwe terminologie – verplicht een administratie te voeren van niet alleen de vermogenstoestand van de rechtspersoon maar ook van alles betreffende de werkzaamheden van de rechtspersoon naar de eisen die voortvloeien uit de werkzaamheden van die rechtspersoon. Met ingang van deze wetswijziging werden de inhoudelijke verschillen tussen artikel 3:15a lid 1 BW en 2:10 lid 1 BW daarmee opgeheven.