Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/10.4.3.2.1:10.4.3.2.1 Accent verschuift van weigeringsgrond voor medewerking naar bewijsuitsluiting
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/10.4.3.2.1
10.4.3.2.1 Accent verschuift van weigeringsgrond voor medewerking naar bewijsuitsluiting
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS494620:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Daarbij lijkt de rechtssfeer waarin of het doel waarvoor verklaringen worden afgedwongen niet van belang.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een derde typische waarborg tegen gedwongen zelfbelasting is een (nationale) bewijsuitsluitingsregel, op grond waarvan materiaal dat is verkregen door van de verdachte afgedwongen medewerking, wordt uitgesloten voor het bewijs van de criminal charge. In hoofdstuk 6 bleek dat de dominante lijn in de Straatsburgse nemo tenetur-rechtspraak is, dat zodra de betrokkene is ‘charged with a criminal offence’, het zwijgrecht prevaleert boven een wettelijke spreekplicht. Vanaf het ‘charge’-moment verschuift het accent van bewijsuitsluiting (vgl. Saunders en Kansal) naar de weigering tot medewerking (vgl. Funke, J.B., Shannon, Marttinen en Chambaz). Niettemin wijst het Hof enkele keren op bewijsuitsluiting als compensatie voor een aantasting van het zwijgrecht (vgl. de dadelijk te bespreken zaken Heaney en McGuinness, Quinn en Chambaz).1
Sterker, in het vervolg van dit onderdeel zal ik toelichten dat het inmiddels ervoor moet worden gehouden dat verdragsstaten het EVRM-zwijgrecht in de eigen rechtsorden voldoende kunnen waarborgen door de formulering van een voldoende duidelijke regel die mogelijk belastende verklaringen van het bewijs in punitieve zaken uitsluit.