Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/13.8.2
13.8.2 Ontwerp- en Toelichting-Meijers
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS488428:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 5, p. 224.
In MvA II wordt opgemerkt dat het de bedoeling van lid 3 ‘scheen te zijn’ dat de elementen als constitutief zouden worden aangemerkt: Parl. Gesch. Boek 5, p. 226.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 224 en 225. Zie in het bijzonder lid 2 van het Regeringsontwerp waarin de woorden ‘hetwelk bestemd is die erven tot gemeenschappelijk nut te zijn’ zijn gewijzigd in ‘hetwelk door hen tot gemeenschappelijk nut van die erven is bestemd’.
Art. 5.1 leden 1 en 3 Ontwerp-Meijers: Parl. Gesch. Boek 5, p. 224.
Parl. Gesch. Boek 3, p. 224.
Art. 5:1 van het Ontwerp-Meijers luidt als volgt:
Mandeligheid is aanwezig, wanneer een onroerende zaak gemeenschappelijk eigendom is van de eigenaars van twee of meer naburige erven en door hen tot gemeenschappelijk nut van die erven is bestemd.
Wanneer de eigenaars van twee of meer naburige erven hebben bijgedragen in de kosten van oprichting van een gebouw of werk op een of meer van die erven, hetwelk bestemd is die erven tot gemeenschappelijk nut te zijn, is dit gebouw of werk hun gemeenschappelijk eigendom.
De bestemming ten gemeenschappelijke nutte moet hetzij uit de feitelijke toestand, hetzij uit een in de daartoe bestemde openbare registers ingeschreven akte blijken. Zolang het nut niet voor alle erven is vervallen, blijft de mandeligheid bestaan.’1
Meijers stelt als constitutief vereiste2 voor het ontstaan van mandeligheid het bestaan van gemeenschappelijk eigendom en een bestemming krachtens overeenkomst3 van de gemeenschappelijke zaak tot gemeenschappelijk nut, blijkende van die bestemming tot gemeenschappelijk nut uit de feitelijke toestand of uit inschrijving van een akte in de openbare registers.4 Een notariële akte werd door Meijers niet noodzakelijk geacht.
‘Deze akte behoeft niet notarieel te zijn, zoals die van artikel 3.4.2.4 (art. 3:89; JGG); de medewerking van het notariaat komt hier niet noodzakelijk voor.’5