Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/3.8:3.8 Conclusie
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/3.8
3.8 Conclusie
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648713:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De voorwaarden die worden gesteld aan de toepassing van de vrijstelling die in dit hoofdstuk zijn behandeld, lijken over het algemeen vrij helder te zijn. Toch is er een aantal opmerkingen te maken.
In eerste instantie dient opgemerkt te worden dat het groepscriterium aanleiding kan geven tot vragen. De definitie is niet helder en de criteria die invulling aan de definitie moeten geven, zijn ook niet duidelijk.
De vraag welke vennootschap binnen de groep mag optreden als consoliderende vennootschap kan eveneens tot vragen leiden. De vraag is welke buitenlandse entiteiten binnen de definitie van artikel 2:403 lid 1 sub c BW vallen. Dienen dit entiteiten te zijn die gedwongen onderworpen zijn aan de richtlijnen en voorschriften die in artikel 2:403 lid 1 sub c BW worden genoemd, of mogen dit ook entiteiten zijn die zich vrijwillig aan deze richtlijnen en voorschriften conformeren? Op basis van een materiële benadering en tegen de achtergrond van het Europese recht is dit laatste verdedigbaar.
Tot slot kan er een verschil van inzicht bestaan ten aanzien van de vraag of de vrijstelling van artikel 2:403 BW de vrijgestelde vennootschap alleen een ontheffing geeft om haar enkelvoudige jaarrekening niet volgens titel 2.9 BW te hoeven inrichten en te publiceren. Wanneer er op basis van artikel 2:406 BW een consolidatieplicht op de vrijgestelde rechtspersoon rust, is de vraag of de vrijgestelde vennootschap eveneens ontslagen is van de verplichting om die geconsolideerde jaarrekening volgens titel 2.9 BW op te stellen en te publiceren.
Op voornoemde vragen is naar mijn idee (nog) niet met zekerheid een antwoord te geven. Deze vragen zijn echter niet de oorzaak van de typische 403-problemen die de laatste decennia in de rechtspraak en de literatuur aan de orde zijn gekomen.
In dit hoofdstuk is de voorwaarde dat de consoliderende rechtspersoon zich hoofdelijk aansprakelijk dient te verklaren niet aan de orde gekomen. De 403-verklaring zal in het navolgende hoofdstuk separaat worden behandeld.