Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/3.2.4.1
3.2.4.1 Oprichting van de WHO en het sluiten van de CVA
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258582:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) – Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WHO-overeenkomst), Pb. L 336 van 23.12.1994, p. 3–10.
Artikel II:2 van de WHO-overeenkomst.
De in dit kader aangenomen beslissingen zijn: Decision 6.1. Cases where Customs administrations have reasons to doubt the truth or accuracy of the declared value. (Adopted, 1st meeting of WTO Valuation Committee, 12 May 1995) en Decision 7.1. Minimum values and imports by sole agents, sole distributors and sole concessionaires. (Adopted, 1st meeting of WTO Valuation Committee, 12 May 1995).
Voor die tijd zijn de volgende beslissingen aangenomen: Decision 1.1. French translation of the term 'copyrights' in the Interpretative Note to Article 8.1 (c) of the Agreement. (Adopted, 1st meeting, 13 January 1981); Decision 2.1. Meaning of the word 'undertaken' used in Article 8.1 (b) (iv) of the Agreement. (Adopted, 6th meeting, 3 March 1983); Decision 3.1. Treatment of interest charges in the Customs value of imported goods. (Adopted, 9th meeting, 26 April 1984); Decision 4.1. Valuation of carrier media bearing software for data processing equipment. (Adopted, 10th meeting, 24 September 1984); Decision 5.1. Terms in Article 8.1 (b) (iv): Development. (Adopted, 12th Meeting, 9-10 May 1985). De Commissie douanewaarde van de WHO heeft tijdens zijn vergadering op 12 mei 1995 de hiervoor genoemde besluiten aangenomen zonder wijziging, zie WHO (Committee on Customs Valuation) – Decisions Concerning the Interpretation and Administration of the Agreement on Implementation of Article VII of the GATT 1994 (Customs Valuation), G/VAL/5, 13.10.1995.
Gedurende de periode 1986 tot 1994 hebben de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-ronde plaatsgehad, waar tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) per 1 januari 1995 is besloten.1 De overeenkomst tot oprichting van de WHO omvat verschillende bijlagen waarin de specifieke overeenkomsten zijn neergelegd. In bijlage 1A zijn de multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen opgenomen. De Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 betreft één van deze multilaterale overeenkomsten, die vanwege de oprichting van de WHO sinds die tijd bekend is komen te staan onder de naam: ‘Customs Valuation Agreement’ (CVA). De CVA is, anders dan de Tokyo-overeenkomst, bindend jegens alle verdragslanden van de GATT 1947, omdat de CVA integraal onderdeel uitmaakt van de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie.2
Inhoudelijk is de CVA vrijwel gelijk aan de Tokyo-overeenkomst en slechts op een vijftal punten aangepast.3 Ten eerste introduceert de CVA een nieuw geschillenbeslechtingssysteem (onderdeel 3.2.4.3). Ten tweede voorziet de CVA in overgangsregels in Bijlage III punten 1 tot en met 5 voor ontwikkelingslanden. Het staat ontwikkelingslanden toe om de toepassing van de CVA met vijf jaar te verdagen voor zover deze ontwikkelingslanden geen verdragsland waren bij de Tokyo-overeenkomst. Ten derde introduceert de CVA twee bepalingen van algemene toepassing in Bijlage III. In punt 6 van Bijlage III wordt erkend dat de douanediensten het voor de toepassing van de Overeenkomst noodzakelijk kunnen achten een onderzoek in te stellen naar de echtheid of de juistheid van de voor de vaststelling van de douanewaarde voorgelegde verklaringen, documenten of aangiften. In punt 7 wordt verduidelijkt dat de ‘werkelijk betaalde of te betalen prijs’, onder de toepassing van de transactiewaarde van ingevoerde goederen, ‘alle daadwerkelijk verrichte of te verrichten betalingen [omvat], hetzij door de koper aan de verkoper, hetzij door de koper aan een derde partij ter voldoening van een verplichting van de verkoper’. Ten vierde is de CVA bindend jegens alle verdragslanden van de GATT 1947, omdat de CVA integraal uitmaakt van de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (Artikel II:2 van de WHO-overeenkomst). Tot slot is, ten vijfde, op aandringen van ontwikkelingslanden een tweetal Decisions aangenomen.4/5 Deze beslissingen, zoals vastgesteld door het Comité inzake de Douanewaarde, voorzien in handvatten voor douaneautoriteiten voor situaties dat sprake is van onder- of overwaardering van ingevoerde goederen. Het geeft douaneautoriteiten een ruimere discretie om de transactiewaarde van de ingevoerde goederen ten gunste van een alternatieve waarderingsmethode van de hand te wijzen.