Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/V.4.2.b
V.4.2.b Een soepelere stagnatieregeling
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS382189:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Het storten op de derdenrekening van de notaris is dan de aangewezen weg voor een eenvoudige controle of aan de betalingsverplichtingen is voldaan.
Al doet de notaris er volgens Frielink verstandig aan om partijen op te roepen, zodat hij weet om welke partijen en aandelen het precies gaat. Zie zijn bespreking van de levering en de overdracht: Frielink (2006), p. 163-164. Voor een rechterlijk vonnis als een constituerende handeling (de in de hoofdtekst te bespreken tweede mogelijkheid) was door de Antilliaanse wetgever afgezien, omdat zich 'per saldo complicaties kunnen voordoen die de rechter niet kan voorzien'. Aldus Van Schilfgaarde (2000), p. 275, Regeringscommissaris en de (mede)ontwerper van het Antilliaans vennootschapsrecht.
Ik wijs op Pres. Rb. Middelburg 24 augustus 2001, JOR 2001/234 (Bug Byte). In kort geding oordeelde de rechter dat de verplichtingen uit de tussen de partijen gesloten overeenkomst nagekomen moesten worden. De levering van de aandelen was dus geboden. De president stelde dat het vonnis in plaats kwam van de notariële akte tot levering van de aandelen in de BV. De betekening van het vonnis had vervolgens hetzelfde effect als de betekening van een notarieel afschrift van akte van levering, zie ro. 5.
In dit verband is de overdracht ten titel van beheer ex art. 2:356 sub e BW uit het enquêterecht interessant. De enquêtebeschikking waarin deze maatregel is vervat, constitueert de overdracht zelf. Zie OK 22 december 2000, JOR 2001/21 m.nt. Bartman (Navemar); en Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 241* (2009), nr. 808. De OK spreekt in een voorkomend geval, zie bijv. OK 18 oktober 2004, JOR 2004/328 (MBO), over een 'bevel tot overdracht'. Dit schept verwarring, nu niet een nadere leveringshandeling vereist is. Het is mogelijk dat de OK per abuis de terminologie uit de uitkoopprocedure hanteert. Volgens art. 2:92a/201a lid 6 en 7 BW houdt de veroordeling een `bevel tot overdracht' in. Bij de uitkoop is dus wél een leveringshandeling nodig. Indien de (onbekende) aandeelhouders niet in actie komen, geeft de consignatie de eisende aandeelhouder het onbezwaarde recht op de aandelen.
Zie ook § VI.3.6.e over deze extra procedure.
Hetgeen ik in deze alinea schrijf over lid 7, geldt evenzeer voor lid 9.
Mede omwille van de eenvoud stel ik voor art. 2:341 lid 4 en 5 en art. 2:343 lid 6 en 7 BW te schrappen. De uitvoering van de rechterlijke bevelen tot levering en betaling kan ook op andere, minder tijdrovende, wijze vorm gegeven worden Een van de problemen waarmee rekening gehouden dient te worden, is het incassorisico.
Dit moet mijns inziens niet bij de overdragende aandeelhouder liggen. Het moment van betaling dient zoveel mogelijk samen te vallen met het moment van de levering. Ik onderscheid twee opties.
Uitspraak in plaats van rechtshandeling
Een eerste mogelijkheid is geïnspireerd op art. 3:300 lid 1 BW. Indien een van de partijen weigert het rechterlijk bevel op te volgen, treedt het vonnis in plaats van de door haar vereiste rechtshandelingen Een soortgelijke oplossing is nu opgenomen in art. 2:341 lid 4 en art. 2:343 lid 6 BW, waarin de vennootschap een wettelijke volmacht gegeven is, indien de uitgestoten of uitgetreden aandeelhouder weigert te leveren. Voor de overdracht is dan wel een notariële akte nodig. De notaris heeft in dit geval de plicht te controleren of aan de betalingsverplichtingen is voldaan.1 De rechter bepaalt tevens in zijn vonnis wat een redelijke termijn is voor de afhandeling van de levering en de betaling. De betaling mag ook in termijnen, indien partijen aangegeven hebben hier de voorkeur aan te geven en de overdragende aandeelhouder geen bezwaar heeft.
Een soortgelijke wijze van levering hanteert de Antilliaanse uittredingsregeling. De notaris moet zijn proces-verbaal de beslissing van de rechter 'constateren', aldus art. 2:252 lid 4 BWNA. Dit proces-verbaal geldt dan als akte van overdracht. De notaris komt hierbij nog wel zelf in actie om het rechtsverkeer te bescherming. Hij neemt in zijn proces-verbaal zodanige toevoegingen en verduidelijkingen op als hij nodig acht. Tot slot zendt de notaris een afschrift van de akte aan de vennootschap en de uittreder. Deze regeling voorkomt obstructie van de aandelenoverdracht door de betrokkenen.2
Uitspraak constitueert overdracht
Een tweede en meer vergaand alternatief is de uitspraak in plaats van de notariële akte te laten komen. Het vonnis constitueert dan de overdracht.3 Deze optie is ontleend aan art. 3:300 lid 2 BW. Dit artikellid behelst de regel dat de rechter kan bepalen dat zijn uitspraak in plaats van de akte of een deel daarvan zal treden. Zodra het eindvonnis waarin de overdracht is bevolen in kracht van gewijsde is gegaan, of de rechter verklaart het uitvoerbaar bij voorraad, dan gaan de aandelen over. De gang naar de notaris vervalt.4 Deze variant geldt ook in de Belgische regeling. Ingevolge art. 338/640 (uitstoting) en 341/643 (uittreding) W.Venn. geldt de beslissing van de rechter als titel voor het vervullen van de formaliteiten die zijn verbonden aan de overdracht.
Een complicatie vormt het al genoemde incassorisico. In het vonnis is het bevel tot betaling opgenomen, dus de gewone executiemiddelen zouden de overdragende aandeelhouder ten dienste staan om de betaling af te dwingen. Dit risico kan verminderd worden door te bepalen dat de overdracht onder de opschortende voorwaarde van betaling plaatsvindt. Een andere mogelijkheid is de aan de aandelen verbonden rechten, en dan met name het stemrecht en het recht op dividend, op te schorten totdat betaling geschiedt. In het eindvonnis kan de rechter de modaliteiten van de levering en de betaling nauwkeurig beschrijven. Hij kan termijnen stellen en de betaling in termijnen toestaan. Een variant hierop is de vennootschap de rol van `eindverantwoordelijke' te geven. Zij krijgt zo niet alleen de bevoegdheid de aandelen te leveren, doch moet ook namens de overnemende aandeelhouders betalen. Dit bedrag kan de vennootschap vervolgens op hen verhalen. Een wijziging van het aandeelhoudersregister is ex art. 2:85/194 BW in ieder geval verplicht.
Ik vind deze tweede mogelijkheid de meest aantrekkelijke, omdat een snelle afhandeling van de levering en de betaling gewaarborgd lijkt. De rechter beveelt niet de levering en de betaling, maar zijn eindvonnis heeft de overdracht onder opschortende voorwaarde tot gevolg. Hierbij omschrijft hij in het dictum de modaliteiten voor de levering en de betaling. Mijn voorkeur gaat dus uit naar het opnemen van een wettelijke bepaling in de geschillenregeling die gebaseerd is op art. 3:300 lid 2 BW.
De wetgever voorzag reeds dat de toepassing van de ingewikkelde artikelen 2:341 en 2:343 (lid 2 tot en met 7) BW tot moeilijkheden kon leiden.5 Daarom bieden de algemene bepaling van art. 2:341 lid 7 en het gelijkluidende art. 2:343 lid 9 BW het vangnet voor de problemen rond de levering en de betaling.6 Voor iedere moeilijkheid bij de uitvoering van de regeling kan de meest gerede partij de rechter om een beslissing vragen. Zie over de procesrechtelijke aspecten van deze extra procedure van lid 7 en lid 9 verder § VI.3.6.e.
De regels voor de 'normale' levering en betaling geven genoeg aanleiding tot hoofdbrekens. Een vereenvoudiging is op haar plaats. Het kan echter nog ingewikkelder. Indien de statuten van de vennootschap waarin de aandelen worden gehouden, een aanbiedingsregeling bevatten, dient deze in acht genomen te worden.