Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/6.2.3.3:6.2.3.3 Aftrekrecht en vrijgestelde prestaties
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/6.2.3.3
6.2.3.3 Aftrekrecht en vrijgestelde prestaties
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS303158:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tekst van art. 15, lid 1 en lid 2 (oud) leek ruimte te laten voor het in aftrek kunnen brengen van alle voorbelasting tenzij deze toerekenbaar was aan vrijgestelde prestaties. Een vrijgestelde prestatie was een in Nederland tegen vergoeding verrichte levering of dienst die werd genoemd in art. 11 wet. A contrario zou daaruit afgeleid kunnen worden dat de voorbelasting aftrekbaar was die betrekking had op prestaties waarbij enkel niet aan toepassing van de vrijstelling werd toegekomen omdat zij in het buitenland werden verricht of niet tegen vergoeding werden verricht. In het in onderdeel 5.1 opgenomen citaat van Reugebrink uit zijn noot onder HR 17 februari 1988, nr. 24 275, BNB 1988/147, zegt hij al dat de jurisprudentie geen aftrek toekent in wat hij ‘geval 3’ noemt (onbelastbare prestaties die vrijgesteld zijn indien zij belastbaar zouden zijn). Deze jurisprudentie betreft dan de betrekkelijk oude arresten BNB 1986/104 (voorbelasting toerekenbaar aan prestaties, die niet belastbaar zijn omdat de plaats van dienst in een ander EU-land dan Nederland is gelegen, maar vrijgesteld zouden zijn als ze in Nederland verricht zouden worden), BNB 1987/303 en BNB 1991/206 (voorbelasting toerekenbaar aan prestaties, die niet aan de btw-heffing zijn onderworpen omdat ze om niet verricht worden maar vrijgesteld zouden zijn als ze tegen vergoeding zouden worden verricht) en BNB 1988/146 (voorbelasting toerekenbaar aan prestaties om niet die dienstbaar zijn aan vrijgestelde prestaties).
Onder art. 15 (nieuw) heeft BNB 1986/104 zijn belang verloren. Met betrekking tot BNB 1987/303, BNB 1988/146 en BNB 1991/206 betoog ik dat ze eigenlijk vóór de wijziging van art. 15 wet al achterhaald waren op basis van de Midland-doctrine. De Nederlandse rechter had onder de oude regelgeving al de ruimte om in de in deze arresten aan de orde zijnde casussen tot de conclusie te komen dat de kosten, waarop de voorbelasting drukte waarvan de aftrek de aftrek ter discussie stond, konden worden aangemerkt als algemene kosten.